Hoe kunt u deze video afspelen?
Om deze video te bekijken dient u een recente versie van de Flash-player te installeren (download hier de laatste versie). Daarnaast moet u javascript hebben ingeschakeld in uw browser (lees hier hoe u javascript inschakelt).
04 maart 2010
Het filmje hierboven is van de aanbieidng van het dossier in maart 2009.
In maart 2009 stelde OnJo een onderzoeksdossier samen voor de Commissie Davids. Alle belangrijke elementen werden chronologisch op een rij gezet.
Bronnen:
Argos, 29 november 2002
Voorbereidingen oorlog in Irak
Argos, 28 maart 2003
Betrokkenheid van Nederlandse militairen
ZEMBLA, 3 april 2003
Nederland als bondgenoot
Vrij Nederland, 5 april 2003
We doen wél mee aan de oorlog, door Michiel Hulshof en Elma Verhey
Argos, 14 mei 2004
Special Forces in Afghanistan en Irak
ZEMBLA, 5 augustus 2004
'De waarheid van de wapeninspecteurs'
NRC Handelsblad, 12 juni 2004
Hollandse oorlogslogica, door Joost Oranje
Reporter, 25 maart 2007
Nederland en de oorlog in Irak
Argos, 16 maart 2007
Betrokkenheid Nederlandse militairen in Irak, deel 1
Reporter, 25 maart 2007
Chronologie nav ‘Nederland en de oorlog in Irak’
Argos, 30 maart 2007
Betrokkenheid Nederlandse militairen bij Irak, deel 2
Tegenlicht, 17 maart 2008
De verkoop van een oorlog
Argos, 20 december 2008
Openheid over Irak deel 2
NRC Handelsblad, 26 januari 2009
Memorandum DJZ/IR/2003/158
RTL Nieuws, 27 januari 2009
Toch deelname inval Irak overwogen
Deel 1
Het voorspel
Kees Wolterbeek, specialist chemische wapens, wapeninspecteur UNSCOM (91 – 98) (Defensie), toont kaart met chemische fabrieken, bij elkaar 14 maanden op locatie geweest, eerst als verantwoordelijke voor vernietiging wapens, fabrieken en voorraden van voor 1991.
(ZEMBLA, 5 augustus 2004: ‘De waarheid van de wapeninspecteurs’ )
Scott Ritter, Marinier Amerikaanse leger, hoofdinspecteur UNSCOM, specialist geheime operaties, die werd ontslagen in 1998: “Het beleid van de VS was altijd al anders dan de VN. Sancties blijven van kracht zolang Sadam Hussein aan de macht is.”
(ZEMBLA, 5 augustus 2004: ‘De waarheid van de wapeninspecteurs’ )
Vernietiging van wapens verloopt voorspoedig, Ekéus (’91 – ’97, UN Special Commission On Iraq) wil Irak zelf al ‘schoon verklaren’, maar in 1995 komt er een eind aan vertrouwen. Ekéus spreekt met Hussein Kamal, hoofd Irakese wapenprogramma, die is gevlucht naar Jordanië. Hij zegt in 1991 opdracht te hebben gegeven alle massavernietigingswapens te vernietigen. Maar, in het geheim werden er nog plannen gemaakt voor biologische wapens. Irak belooft beterschap. Maar er wordt besloten een andere manier van inspectie, met behulp van geheime diensten in te zitten, Scott Ritter gaat aan het werk.
(ZEMBLA, 5 augustus 2004: ‘De waarheid van de wapeninspecteurs’ )
In 1997 wordt Ekéus opgevolgd door de Australiër Richard Butler: dan gaat het mis. Butler had de leiding over een gevoelige operatie, de directe omgeving van Sadam Hussein werd afgeluisterd. In 1998 werd besloten dat de leiding in handen kwam van de VS. UNSCOM werd een instrument van de CIA, ‘absoluut” zegt Scott Ritter.
(ZEMBLA, 5 augustus 2004: ‘De waarheid van de wapeninspecteurs’ )
Hans Blix, voorzitter van UNMOVIC (2000 – 2003), als de inspecteurs zo nauw samenwerken met de inlichtingendiensten zal het gastland denken dat alles wat ze laten zien, gewone militaire bases bijvoorbeeld, tot bombardementen kan leiden van de tegenstander. Je kunt niet verwachten dat ze van harte meewerken.
(ZEMBLA, 5 augustus 2004: ‘De waarheid van de wapeninspecteurs’ )
De inspecties van Sadams paleizen leiden tot duw en trekwerk. En in 1998 tot het terugtrekken van UNSCOM uit Irak.
Scott Ritter:
“Uiteindelijk was het inspectie 258 die de aanleiding vormde voor de aanval in december 1998 (Dessert Fox). Deze inspectie was bekokstoofd door de VS en had niets te doen met ontwapening, maar was bedoeld om een crisis te veroorzaken”.
(ZEMBLA, 5 augustus 2004: ‘De waarheid van de wapeninspecteurs’ )
16 – 19 december 1998
Scott Ritter, Marinier Amerikaanse leger, hoofdinspecteur UNSCOM, specialist geheime operaties:
“Bij Operatie Dessert Fox werden maar liefst 90 van de 100 door wapeninspecteurs bezochte plaatsen gebombardeerd. Logisch dat de Irakezen bedenkingen kregen bij de wapeninspecteurs”.
(ZEMBLA, 5 augustus 2004: ‘De waarheid van de wapeninspecteurs’ )
Gebrek aan medewerking was de officiële reden voor Dessert Fox. Jan Rozing :
‘Gebrek aan medewerking?’, In ieder geval niet bij de inspecties waarbij ik betrokken was, zegt
(ZEMBLA, 5 augustus 2004: ‘De waarheid van de wapeninspecteurs’ )
Premier Kok zegt de bombardementen op Irak te steunen, maar noemt de noodzaak tot bombarderen dramatisch.
(ZEMBLA, 5 augustus 2004: ‘De waarheid van de wapeninspecteurs’ )
Butler schreef in zijn boek dat er nog maar 4 tot 6 weken nodig waren om alles boven water te krijgen.
(ZEMBLA, 5 augustus 2004: ‘De waarheid van de wapeninspecteurs’ )
ZEMBLA:
Kon de Nederlandse regering weten dat Irak ontwapend was. Scott Ritter:
“Dat wist de Nederlandse regering, ze hebben geen enkel excuus. Door de contacten die ik met ze had, wisten ze dat we alleen kruimels vonden van een koek die vrijwel op was”.
ZEMBLA
U heeft hen dat verteld? Scott Ritter:
“Ja” ZEMBLA: Aan wie?
Scott Ritter:
“De BVD” ZEMBLA
Waar en wanneer kwam u daar? Scott Ritter:
“Vaak genoeg, op het hoofdkantoor in Den Haag”. “De BVD had mensen in UNSCOM in New York, ze waren precies op de hoogte van wat er gebeurde” “Ik ken die mensen, ik heb ervoor gezorgd dat ze bij UNSCOM kwamen.”
(ZEMBLA, 5 augustus 2004: ‘De waarheid van de wapeninspecteurs’ )
2000
Cees Wolterbeek, specialist chemische wapens, wapeninspecteur UNSCOM (91 – 98), kreeg in 2000 adviserende taak bij MIVD maakte dreigingsanalyses.
ZEMBLA:
“Onderschreef u de conclusies van 1998 van UNSCOM?” Wolterbeek:
“Ik denk dat de UNSCOM conclusies redelijk goed zaten.
(ZEMBLA, 5 augustus 2004: ‘De waarheid van de wapeninspecteurs’ )
26 – 9 - 2001
Bespreking hoe kunnen Europese bondgenoten de VS na 9-11 helpen? Op grond van artikel 5 komt aan de orde, de rol van Nederlandse luchtmacht, minister van Aartsen heeft F 16’s aangeboden.
(ZEMBLA, 3 april 2003: Nederland als bondgenoot)
4 – 10 - 2001
Tweede Kamer gaat akkoord met steun aan VS in Afghanistan: marinefregatten en personeel voor AWACS.
(ZEMBLA, 3 april 2003: Nederland als bondgenoot)
11 - 2001
Militaire steun Afghanistan: drie fregatten, KDC-10 tank en transporttaken, C130 transportvliegtuig, 4 maritieme patrouillevliegtuigen, en een onderzeeër.
(ZEMBLA, 3 april 2003: Nederland als bondgenoot)
5 – 12 - 2001
Uitbreiding van Nederlandse steun aan de VS in Afghanistan met zes F 16’s verkenningsvliegtuigen voor fotoverkenning: Nu deden we op eigen titel buiten de NAVO om mee met OEF.
(ZEMBLA, 3 april 2003: Nederland als bondgenoot)
21 – 12 - 2001
Besluit bijdrage ISAF Afghanistan. VS vraagt voor inzet Nederlandse F16 in Kirgizië voor ‘close air support’, precisiebombardementen om VS troepen in Afghanistan te ondersteunen. (Minister de Hoop Scheffer: “ja, we hebben rol in OEF”)
(ZEMBLA, 3 april 2003: Nederland als bondgenoot)
Deel 2
Het vizier op Irak
29 – 1 - 2002
De president van de Verenigde Staten, George Bush, verklaart in zijn jaarlijkse toespraak voor het Congres dat Irak, Iran en Noord-Korea de 'As van het Kwaad' vormen. De Irakese leider Sadam Hoessein is volgens Bush in het bezit van massavernietigingswapens en zou er niet voor terug schrikken die te leveren aan terroristen.
(Reporter, 25 maart 2007: Chronologie nav ‘Nederland en de oorlog in Irak’)
2002
Scott Ritter:
“Vanaf begin 2002 bezoeken allerlei hoge Amerikanen de NAVO. Richard Armitage, topman bij Buitenlandse Zaken, Paul Wolfowitz van Defensie en anderen. Die kwamen naar Brussel in een poging om de NAVO zover te krijgen dat Irak een dreiging was die militair ingrijpen nodig maakte. Zoals het aan de NAVO werd voorgesteld kwam de dreiging voort uit de weigering van Irak zich te ontdoen van zijn massavernietingswapens.”
Reporter:
Luxemburg zet grote vraagtekens bij de verhalen van de regering Bush. Het lijkt de Luxemburgse NAVO ambassadeur een goed idee als de anderen ook een keer een ander verhaal horen. Daarom vraagt hij Scott Ritter naar Brussel te komen.
Scott Ritter:
“Het doel was een presentatie te houden voor alle leden van de NAVO net zo als de presentaties die opgezet waren door Amerikaanse regeringsvertegenwoordigers. Een presentatie waarbij vragen beantwoord zouden worden. Om het door de Amerikaanse regering neergezette beeld bij te kleuren”.
Reporter:
En gebeurde dat? Scott Ritter:
“Nee, de NAVO is een op consensus gerichte organisatie. De VS is het machtigste NAVO-lid. En die wilde niet dat er een scherpe criticus van het Bush-beleid naar de NAVO kwam”.
Reporter:
Maar de Luxemburgse ambassadeur houdt voet bij stuk en wijkt uit naar zijn privé woning.
(Reporter, 25 maart 2007: Nederland en de oorlog in Irak)
15 april 2002
Reporter:
Brussel. Top NAVO komt bijeen tijdens informele lunch in de Luxemburgse ambassade. Scott Ritter is uitgenodigd. De VS ambassadeur weigert te komen, de Nederlandse vertegenwoordiger bij de NAVO Michiel Patijn is er wel.
Scott Ritter:
“Het was niet de bedoeling om Irak voor te stellen als een onschuldig land. Maar wel om te laten zien dat de zaak zoals voorgesteld werd door de regering Bush, dat Irak bedrog pleegde en weer aan massavernietigingswapens werkte, bezijden de waarheid was”.
Reporter:
Michiel Patijn vindt Ritters verhaal overtuigend. Of hij dat ook aan buitenlandse Zaken meldt weten we niet. Volgens Ritter is de Nederlandse regering goed op de hoogte:
Scott Ritter:
“Al van het begin af aan werkten de wapeninspecteurs samen met de AIVD. De AIVD had bij aanvang van de wapeninspectie in 1995 informatie verstrekt aan de CIA bedoelde voor de wapeninspecteurs. De CIA hield de informatie echter voor zichzelf en gaf niks door aan de wapeninspecteurs. Uit frustratie benaderden Nederland de inspectie toen rechtstreeks en zei: we passeren de CIA en werken samen met de inspectie. En ik werd gekozen als contactpersoon tussen de inspectie en de Nederlandse inlichtingendienst”
(Reporter, 25 maart 2007: Nederland en de oorlog in Irak)
9 - 8 – 2002
Topoverleg op het Ministerie van Buitenlandse Zaken onder leiding van minister De Hoop Scheffer: onderwerp de oplopende spanning rondom Irak. Volgens een topambtenaar die de discussie kent zijn de minister en zijn topambtenaren het eens: er komt oorlog, de Amerikanen gaan Irak aanvallen en Nederland zal ze daarbij steunen: politiek en militair.
De Hoop Scheffer vraagt zijn medewerkers het Nederlandse standpunt verder uit te werken.
De nota is in bezit van Reporter:
“De dreiging die van Sadam Husseins Irak uitgaat is reëel” Maar een oorlog met uitsluitend als doel van Sadam af te komen kan niet, volgens de ambtenaren is dat in strijd met het internationale recht. Op die grond kan Nederland de Amerikaanse plannen niet steunen. De massavernietigingswapens, zo melden de ambtenaren, bieden een betere legitimatie. “Het verdient dan ook aanbeveling dat Nederland uit blijft gaan van de noodzaak van ontmanteling van de Irakese massavernietigingswapens”
Dat is precies wat de minister doet: twee weken na de nota:
“de legitimatie voor optreden van de internationale gemeenschap ligt voor mij nagelvast in de kwestie van de massavernietigingswapens…”.
“de Kamer weet wat de regering vindt van de legitimatie van de inzet. Het gaat om de MVW”.
(Reporter, 25 maart 2007: Nederland en de oorlog in Irak)
19 augustus 2002
De sessie van tien dagen terug heeft geleid tot een ambtelijke nota getiteld "Irak: Nederlandse positie". De uitgangspunten zijn:
1) "De dreiging die van Irak/Sadam Hoessein uitgaat is reëel;
2) Het antwoord daarop moet gebaseerd zijn op de diverse resoluties van de VR m.b.t. Irak;
3) Eerste prioriteit is daarbij terugkeer van de inspecteurs, pas daarna komt de mogelijkheid van militair optreden tegen Irak aan de orde (waarover de VS op dit moment overigens nog geen besluit heeft genomen); (NOOT: inmiddels is bekend dat dat besluit inmiddels wel was genomen, onduidelijk is of dat ook in Den Haag bekend was, Reporter).
4) De bestaande VR-resoluties bieden voor militair optreden naar Nederlandse mening een voldoende (overigens niet onomstreden) juridische basis, dat geldt evenwel niet voor "regime change";
5) Het gaat echter niet alleen om een juridische, maar evenzeer om een politieke afweging (en vanzelfsprekend een militaire, maar dat is allereerst een zaak van de VS zelf), daarbij is de positie van de buurlanden van cruciaal belang;
6) Naar Nederlandse opvatting is mede in dat licht een actieve VS-inzet om een politieke oplossing voor het Israelisch-Palestijns conflict te bevorderen van groot belang;
7) Nederland acht daarom ook, in het geval van VS militair optreden tegen Irak, een VR-resolutie politiek wenselijk, hoewel juridisch niet absoluut noodzakelijk;
8) Nederland hecht zeer aan intensieve consultatie met de VS in de komende maanden, zowel bilateraal als in NAVO-verband, en parallel daaraan een nauwe EU-afstemming."
In de nota van de ambtenaren van Buitenlandse Zaken wordt gerefereerd aan de speech van Bush op 29 januari 2002 over Irak als de as van het kwaad:
"De uitspraken die de VS-autoriteiten sindsdien hebben gedaan, hebben dit land inmiddels op het hoogste niveau gecommitteerd tot het bewerkstelligen van een zgn. 'regime change' in Irak. Over de vorm daarvan, noch de in te zetten middelen, heeft de VS evenwel tot dusver uitsluitsel gegeven. Aanvankelijk werd met 'regime change' gedreigd indien Irak zou volharden in zijn weigering de wapeninspecteurs toe te laten. Inmiddels lijkt de VS op te schuiven naar de positie dat alleen 'regime change' een effectief middel is om de dreiging van de Irakese MVW te bezweren. De VS heeft een verband gelegd tussen de noodzaak van ontwapening van het land en de onmogelijkheid dit doel te bereiken zolang Sadam aan de macht is."
Ook wordt er in de nota stil gestaan bij de legitimiteit van een eventuele militaire actie tegen Irak:
"In grote lijnen kan gesteld worden dat het bestaande corpus aan VR-resoluties (onder Hoofdstuk VII), waarbij Irak geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft, voldoende basis biedt. Dit was al het standpunt van de NL- regering ten tijde van de
operatie 'Dessert-Fox' in 1998. Feit is dat Irak geheel of gedeeltelijk niet voldoet aan 23 van de 26 op Irak van toepassing zijnde VR- resoluties. Niettemin is de juridische basis niet volstrekt onaanvechtbaar. Dit geldt al wanneer slechts sprake zou zijn van militair optreden gericht op het afdwingen van uitvoering door Irak van deze resoluties, die in hoofdzaak de ontmanteling van het Irakese arsenaal aan massavernietigingswapens betreffen. De vraag wordt o.m. gesteld wat thans de doorslaggevende factor is bij het verlaten van het door de internationale gemeenschap sinds 1998 (vertrek van UNSCOM) gevoerde beleid van 'containment' van de dreiging die uitgaat van het vermoede bezit door Irak van MVW. Het antwoord daarop is: Sadam Hoessein is ongetwijfeld doende zijn capaciteiten op het vlak van MVWs (verder) te versterken. Kortom, voortduren van de huidige impasse is niet mogelijk. Dan nog blijft het eerste antwoord op die constatering: terugkeer van de inspecteurs."
"Een militaire actie die wordt voorgesteld als materieel gericht op 'regime change', waarbij de ontmanteling van de Irakese MVW hoogstens een legitimerend effect zou hebben, ligt volkenrechtelijk veel moeilijker. Het verdient dan ook aanbeveling dat Nederland uit blijft gaan van de noodzaak van de ontmanteling van de Irakese MVW. In die benadering zou 'regime change' een mogelijk gevolg van militaire actie kunnen zijn, niet een doel. Een dergelijke actie moet worden gemotiveerd door de vaststelling dat dit land in gebreke blijft de relevante VR- resoluties na te leven."
Op de dag dat de nota op het bureau van De Hoop Scheffer ligt (29 augustus 2002), weigert de minister in te gaan op vragen van SP kamerlid Van Bommel over een oorlog tegen Irak. Hij noemt de vragen 'voorbarig' en een oorlog 'hypothetisch'.
(Reporter, 25 maart 2007: Chronologie nav ‘Nederland en de oorlog in Irak’)
augustus 2002
Harry van Bommel (SP) vraagt minister de Hoop Scheffer of hij een oorlog tegen Irak gerechtvaardigd zou vinden.
Harry van Bommel (SP)
“De minister antwoordt dat hij de vragen prematuur vind, voorbarig dus en dat hij het hele idee van een oorlog maar hypothetisch vindt.Dus het is allemaal maar theorie”
Maar de Hoop Scheffer is op dat moment al in het bezit van een nota (19 – 8 – 2002) Harry van Bommel (SP):
“ontluisterend, omdat hierin precies staat wat ik wil weten. Hoe zit het met de juridische onderbouwing, wat zijn zit het met de gevolgen, is het te legitimeren, alle vragen die wij niet krijgen worden hierin beantwoord”.
Reporter:
In de nota van Buitenlandse Zaken wordt Sadam Hoessein een reële dreiging genoemd. Voor een militaire actie tegen Irak is de juridische basis voldoende, maar niet onaanvechtbaar.
(Reporter, 25 maart 2007: Nederland en de oorlog in Irak)
5 – 9 - 2002
Eerste debat Irak, standpunt de Hoop Scheffer: VS mag zonder extra resolutie aan te vallen. (de onderhandelingen over resolutie 1441 liepen nog)
Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken De Hoop Scheffer:
,,De legitimatie voor optreden van de internationale gemeenschap ligt voor mij nagelvast in de kwestie van de massavernietigingswapens.'' ,,veruit zijn voorkeur'' had om ,,een ultimum remedium (...) vast te leggen in een nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad''.
(ZEMBLA, 3 april 2003: Nederland als bondgenoot)
PvdA en D66 dienen een motie in waarin expliciet gesteld werd dat een zelfstandig, preventief optreden van de VS tegen Irak ,,overtuigende rechtsgrond ontbeert'' en dat “eventuele militaire acties tegen Irak vooraf getoetst moeten worden aan criteria van legitimiteit, effectiviteit en proportionaliteit'', voelde de minister daar niets voor. De Hoop Scheffer vond dat in de motie ,,een addertje onder het gras'' zat: op deze manier liet je bij voorbaat het instrument vallen om geweld te gebruiken, aldus de bewindsman.
(NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica)
Niet lang daarna is De Hoop Scheffer explicieter. Als er geen consensus in de VN zou komen over Irak en één permanent lid van de Veiligheidsraad toch een veto zou uitspreken, dan ,,moeten we een coalitie maken die niet wordt tegengehouden door dat éne veto (..) Als er op slechte gronden zo'n veto komt, dan moeten we over die onvolkomenheid heen stappen'', aldus de minister in NRC Handelsblad.
(NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica)
13 – 9 – 2002
PvdA-kamerlid Bert Koenders dient vragen bij de minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer. Het verzoek was of de bewindsman spoedadvies wilde vragen aan de Commissie Advies Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV), het belangrijkste adviesorgaan van de regering op dit terrein. ,,In het licht van eventuele militaire acties tegen Irak'' zou dit orgaan zich volgens Koenders moeten buigen over de vraag of er geweld kon worden gebruikt en of daar een nieuwe VN-resolutie voor nodig zou zijn, alsmede over ,,het concept van preventieve aanvallen''.
Binnen twee weken antwoordde De Hoop Scheffer dat een volkenrechtelijk advies ,,niet noodzakelijk'' was.
(NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica)
23 – 9 - 2002
Ontmoeting van minister de Hoop Scheffer met Colin Powell: die om extra militaire steun vraagt.
(ZEMBLA, 3 april 2003: Nederland als bondgenoot)
24 – 9 - 2002
Nederland maakt bekend dat het samen met Duitsland de leiding wil overnemen van ISAF, de vredesmissie in Afghanistan
(ZEMBLA, 3 april 2003: Nederland als bondgenoot)
24 – 9 - 2002
Warschau. Een informele NAVO top. Alle NAVO ministers, inclusief Benk Korthals zijn aanwezig. Tijdens top is er een geheime briefing van tweede man CIA, John McLaughling. Onderwerp Irak. Reporter krijgt verslag in handen. De schrijver blijkt niet onder de indruk van wat de Amerikanen hem voorschotelen.
“Op dit moment beschikt Washington over geen enkel bewijs voor een Irakese rol in de aanslagen van 11 september“.
“Het enige wat sinds 11 september is veranderd is, is dat je geen risico meer kunt nemen met mannen als Sadam Hoessein”.
“De vertegenwoordiger van de CIA heft moeten toegeven dat de VS geen enkel concreet bewijs hebben voor de nucleaire capaciteit van Irak”
Ook Benk Korthals de minister van Defensie is niet overtuigd door de Amerikaanse bewijzen. Hij ergert zich zelfs aan de CIA presentatie. Eenmaal terug op het ministerie vraagt de minister wat de MIVD van de CIA presentatie vindt. Die laat ons weten geen mededelingen te kunnen doen.
(Reporter, 25 maart 2007: Nederland en de oorlog in Irak)
25 september 2002
Dat 'de massavernietigingswapens' voor de regering Bush een middel zijn om te komen tot het veranderen van het regime in Bagdad wordt ook door De Hoop Scheffer onderkend. Dat blijkt uit een kamerdebat dat hij voert met Paul Rosenmöller (GroenLinks).
Uit de notulen van de Tweede Kamer: Minister De Hoop Scheffer:
'...de president van de VS heeft zich in zijn speech voor de VN ook bekeerd tot het spoor van de Veiligheidsraad, wetende dat de Veiligheidsraad "regime change" niet zal sanctioneren, maar wel ontwapenen en inspecteurs. Als dat allemaal onverhoopt niet werkt, zou men binnen hoofdstuk 7 het inzetten van het militaire dwangmiddel kunnen sanctioneren.'
De heer Rosenmöller:
'Betekent dit niet dat de Amerikaanse president alleen een andere vorm heeft moeten vinden, ook vanwege de interne discussie in Amerika en de weerstand in Europa en de Arabische wereld, om zijn doel, het verwijderen van het regime, te bereiken?'
(Reporter, 25 maart 2007: Chronologie nav ‘Nederland en de oorlog in Irak’)
Deel 3
De voorbereidingen voor de inval
28 – 9 – 2002
Presentatie rapport over Irak in Brits parlement door Tony Blair. Rapport van Blair wordt overhandigd aan de MIVD.
Directeur van de MIVD zegt later in de krant
“Over het verhaal dat Irak binnen 45 minuten een chemische aanval zou kunnen uitvoeren hebben we altijd een slag om de arm gehouden”
Reporter sprak anonieme bron, die vertelde waarom MIVD zat met twijfels: “werken de communicatiemiddelen wel en zal een VS aanval die niet direct lamleggen, zullen de commandanten de opdrachten van Sadam nog wel uitvoeren?” De bewering dat Sadam Hussein massavernietigingswapens binnen 45 minuten in kon zetten, konden ze bij de MIVD maar moeilijk geloven.
Balkende verzwijgt dit en zegt tegen de Tweede Kamer:
“De MIVD kan de mogelijkheid niet expliciet uitsluiten dat Irak inderdaad in staat zou zijn binnen 45 minuten massavernietigingswapens in te zetten”
(Reporter, 25 maart 2007: Nederland en de oorlog in Irak)
Daarna nam Nederland gas terug tov de VS en De Hoop Scheffer zette in op terugkeer van wapeninspecteurs.
(ZEMBLA, 3 april 2003: Nederland als bondgenoot)
In het op 24 september 2002 gepubliceerde Britse Irak-rapport, werd onder andere gesteld dat Irak binnen 45 minuten chemische en biologische wapens kon activeren. Gesuggereerd werd dat die wapens een bedreiging vormden voor westerse doelen.
John Morrison, een voormalige topfunctionaris van de Britse inlichtingendiensten, vertelt Argos eind september 2008 tijdens een internationale conferentie in Delft dat de Britse regering misbruik maakte van de informatie van de geheime dienst MI6: een deel van die informatie – volgens Morrison ‘ondeugdelijke informatie’ afkomstig van ‘menselijke bronnen’ – werd niet op de gebruikelijke wijze gecheckt door de specialisten van de inlichtingenstaf, maar ging rechtstreeks naar premier Blair en kwam direct in het Irak-rapport terecht. Morrison vermoedt dat de Britse regering zware druk heeft uitgeoefend op MI6 om materiaal te leveren waarmee de dreiging van Irak hard kon worden gemaakt. Daarnaast werd de inhoud van het rapport in de officiële samenvatting daarvan nog eens overdreven, en in het voorwoord van premier Blair zelfs zwaar overdreven.
Volgens Morrison bestond binnen de Britse inlichtingendiensten grote bezorgdheid over deze gang van zaken. Onder meer Brian Jones, die leiding gaf aan de sectie Massavernietigingswapens van de inlichtingenstaf van het ministerie van Defensie, had grote bedenkingen. Zijn mensen waren dé Britse experts op het gebied van de verboden Irakese wapens. Jones schreef een formele protestbrief aan zijn leidinggevende, waarin hij liet weten zich niet te kunnen verenigen met de gang van
zaken.
Morrison onderstreept dat hij vrijelijk over deze zaken kan spreken. In het Verenigd Koninkrijk zijn meerdere onderzoeken naar de Britse deelname aan de oorlog verricht, waardoor veel informatie openbaar is geworden. Ook andere voormalige Britse topfunctionarissen hebben zich openlijk kritisch uitgelaten. Sir Michael Rose, voormalig commandant van de VN-troepen in Bosnië, stelde zelfs openlijk dat premier Blair zou moeten worden afgezet.
Hoe anders de situatie in Nederland is blijkt na de toespraak van Morrison tijdens de conferentie in Delft. Hij wordt gecomplimenteerd door Joop van Reijn, begin 2003 directeur van de MIVD, maar Van Reijn voegt aan zijn compliment toe: ‘Als ik zou proberen een soortgelijke toespraak in Nederland te houden over onze ervaringen in dezelfde periode, zou ik waarschijnlijk in de gevangenis belanden.’ Volgens de ook aanwezige onderzoeker op het gebied van inlichtingen- en veiligheidsdiensten Wil van der Schans is die uitspraak veelzeggend: ‘Daarmee zegt hij natuurlijk dat er soortgelijke dingen in Nederland gebeurd zijn als in Engeland. En eigenlijk kan dat alleen maar betekenen dat het toenmalige kabinet-Balkenende in 2002 de informatie van de Nederlandse inlichtingendiensten terzijde heeft geschoven, en ook in Nederland de geesten rijp heeft gemaakt voor de oorlog in Irak.’
Argos spreekt hierover met goed geïnformeerde Nederlandse bronnen, die deels anoniem willen blijven. Uit de gesprekken blijkt dat de informatie die de Nederlandse regering tot dusver op tafel heeft gelegd over wat er in 2002 en 2003 bekend was over de Irakese wapens allesbehalve volledig is.
Zo vertelt een bron dat het beruchte Britse Irak-rapport van september 2002 minstens één tot twee weken voor de presentatie bekend was bij de MIVD, het ministerie van Buitenlandse Zaken en premier Balkenende. In de dagen voor de presentatie deed minister De Hoop Scheffer allerlei forse uitspraken over de massavernietigingswapens van Irak. ‘De Hoop Scheffer liep in feite voor de troepen uit. Hij liet niet bepaald blijken veel waarde te hechten aan de inzichten en analyses van de Nederlandse inlichtingendiensten.’
De bron vervolgt: ‘De Nederlandse inlichtingendiensten hadden van meet af aan grote twijfels over het verhaal van Blair, met name over die 45-minuten-claim. En ze hebben dat ook gerapporteerd aan de Nederlandse regering, maar die schoof de kritische kanttekeningen terzijde. De MIVD analyseerde dat in het Britse dossier niet echt nieuwe feiten stonden en dat de conclusies die de Britse premier daaruit trok zeer twijfelachtig waren. De MIVD wist ook dat er bij de Britse diensten bezwaar bestond tegen het verhaal van Blair.’
De MIVD had in 2002 méér bezwaren tegen het dreigingverhaal van Blair, blijkt uit de uitzending. Zelfs als Irak nog restanten chemische wapens had, was het zeer de vraag of de Irakese communicatie- en commandolijnen nog zodanig werkten dat de wapens binnen 45 minuten konden worden ingezet. De MIVD had daarover grote twijfels. Hetzelfde gold voor het bereik van de wapens. Irak had immers geen ballistische raketten, hooguit een restpartij stokoude Scud-raketten. Kon het bereik daarvan zodanig worden vergroot dat er sprake was van een strategische dreiging?, was nu de vraag. De MIVD-experts concludeerden van niet. Ook andere opties, zoals onbemande vliegtuigen, werden door de MIVD als onhaalbaar beschouwd. Al deze conclusies werden gerapporteerd aan de regering.
Ook voormalig bevelhebber van de landstrijdkrachten Hans Couzy, momenteel voorzitter van de Federatie van Nederlandse Officieren, laat zich in de uitzending uit over de in 2002 en 2003 gepresenteerde dreiging van Irak. Couzy – die herhaaldelijk pleitte voor een parlementair onderzoek naar ‘Irak’ – deed navraag binnen zijn netwerk: ‘Ik kreeg daar te horen dat dit niet de waarheid kon zijn en dat onze
inlichtingendienst [de MIVD] een veel genuanceerdere analyse had gemaakt en had aangeboden aan de regering. Met name over de dragers, die nodig zijn om de wapens ergens naartoe te brengen, was redelijk nauwkeurig bekend dat Irak maar ongeveer twintig Scud-lanceerinrichtingen had die een dracht hebben van ongeveer vijfhonderd kilometer, dus een gevaar voor de wereldvrede was helemaal niet aan de orde.’
John Morrison beaamt dat. Het is onmogelijk om langeafstandsraketten te ontwikkelen zonder grote testfaciliteiten, en die zouden zijn ontdekt, zegt hij. De Britse inlichtingendiensten waren er dan ook van overtuigd dat Irak geen langeafstandsraketten had.
Volgens Morrison beschikte de Nederlandse regering over ongeveer dezelfde informatie over de wapens van Irak als de Britse, Franse en Duitse regeringen. Op dit punt bestonden geen grote meningsverschillen. Duidelijk was volgens Morrison dat Irak hooguit beschikte over restanten van wapens die over waren uit de tijd na de eerste Golfoorlog. Dat gegeven werd door Blair zwaar overdreven. Achteraf bleek zelfs dat Irak helemaal geen massavernietigingswapens meer had; die waren mogelijk al tien jaar eerder vernietigd. Morrisons conclusie: ‘Het waren de politici die de oorlog wilden en die ons de oorlog in hebben getrokken.
(Argos, 20 december 2008, Openheid over Irak deel 2)
8 – 11 – 2002
Resolutie 1441: weer toelaten van inspectieteams: volledige medewerking geëist.
(ZEMBLA, 5 augustus 2004: ‘De waarheid van de wapeninspecteurs’ )
begin november 2002
In november 2002, worden wij benaderd door een bron met contacten bij de Nederlandse luchtmacht. Er is op dat moment een uiterst geheime Nederlandse operatie gaande. Nederlandse f-16 piloten voeren verkenningsvluchten uit boven Irak. Het betreft de periode eind oktober – begin november 2002. Dat was echt geheim. Dat mag nooit uitkomen. Is hem er bij verteld.
Argos:
In eerste instantie klinkt ons dit ongeloofwaardig in de oren. Maar onze bron komt met meer en bijzondere details die we voor een deel kunnen checken.
Zo is er het verhaal van een noodlanding die twee van de Nederlandse f-16 piloten hebben moeten maken. Na lang zoeken stuiten we op het internet op een website die is gemaakt door een militair van de Nederlandse luchtmacht die op dat moment deelneemt aan de operatie Enduring Freedom. Nederlandse gevechtsvliegtuigen voeren daarbij vluchten uit boven Afghanistan. Op zijn website besteedt hij een aparte pagina aan een noodlanding van twee Nederlandse F-16 piloten waarvan de details wel heel erg overeenkomen met de details van de noodlanding waarover onze bron heeft verteld. Als we verder kijken op de website stuiten we op een passage onder de kop een goed uit den haag. “Er kwam hier afgelopen week een
fax binnen vanuit het Haagse . Hierin stond dat er een aantal dingen op mijn site stonden die ze er liever niet op wilden hebben”. Het betrof de aparte pagina op de site over de noodlanding. De passage gaat als volgt verder: “Na een paar ‘kleine’ verbeteringen te hebben aangebracht hoop ik dat het goed is. Als we teruggaan naar de aparte pagina over de noodlanding op de site blijkt er inderdaad onder de kop te staan ‘gecorrigeerde versie’. Dat maakt nieuwsgierig. Welke details zijn er op instigatie van Den Haag weggehaald. Na lang zoeken komen we telefonisch in contact met de maker van de site die inmiddels in Nederland is teruggekeerd. Als we vragen naar de aangepaste pagina op de website stokt het gesprek. Veel wil hij niet meer zeggen. Het aanpassen is gebeurd in opdracht van het Ministerie van Defensie in Den Haag, vertelt hij.
Maker van de Website:
“Het ging om dingen op de website die er niet ophoorden, die er niet op konden waar ze het niet mee eens waren, namen van mensen enzo.”
Argos:
Als we doorvragen en de naam Irak valt stokt het gesprek helemaal. Als we navraag doen bij het Ministerie van Defensie waarom de website moest worden aangepast worden we niet veel wijzer. Als we het ministerie vervolgens het verhaal over onze F-16 piloten die boven Irak gevlogen hebben vertellen, wordt dat met kracht ontkend. Uiteindelijk lukt het ons achter de naam te komen van één van de betrokken piloten die boven Irak zou hebben gevlogen. Ook achterhalen we zijn telefoonnummer. Als we hem bellen en hem het verhaal voorleggen gooit hij bijna onmiddellijk woedend de hoorn op de haak. “Het is goed dat ik uw naam nu weet, de veiligheidsdiensten zijn er al mee bezig roept hij nog wel”. Onze bron blijft ondertussen bij zijn verhaal dat Nederlandse F-16 piloten operaties boven Irak hebben uitgevoerd. Bij verdere navraag wordt het verhaal opnieuw bevestigd.
Op die bevindingen van Argos reageerde minister Henk Kamp van Defensie in het voorjaar van 2003 ontwijkend en ontkennend. Hij paste een heel bijzondere manier van informatievoorziening aan de Kamer toe. Hij informeerde alleen de fractievoorzitters van de drie grootste partijen. Maxime Verhagen van het CDA , Jozias van Aartsen van de VVD en Wouter Bos van de PvdA. Kamp liet hen weten dat er wel degelijk iets aan de hand was maar de informatie was wel vertrouwelijk zodat de drie er niet met collega-Kamerleden over mochten praten. Wij spraken met Verhagen en Bos over deze wel heel bijzondere informatieverschaffing in onze uitzending van 17 februari van vorig jaar.
Maxime Verhagen, nu Minister van Buitenlandse Zaken.
“Daar doe ik verder geen mededeling over, ik kan daar naar buiten toe helemaal niks over zeggen. Als hij mij vertrouwelijke informatie geeft, ga ik u niet zeggen wat dat inhoud.
Wouter Bos:
“Ik denk niet dat ik u dat mag vertellen. Huub Jaspers:
“Minister kamp heeft gezegd u daarover vertrouwelijk te hebben ingelicht” Wouter Bos :
“Oh, dat zal dan wel. Kijk, ik ben wel eens begin 2003 bijgepraat over wat er allemaal speelde in Irak en inlichtingenposities en dergelijke. Misschien wordt daar op gedoeld”.
(Argos, 28 maart 2003: Betrokkenheid van Nederlandse militairen) (Argos, 16 maart 2007: Betrokkenheid Nederlandse militairen in Irak, deel 1)
november 2002
Volgens Defensiedeskundige Rob de Wijk lag er een directe link met die andere oorlog Operation Enduring Freedom. In een uitzending in 2002 had hij er voor gewaarschuwd dat Nederland sluipenderwijs de oorlog tegen Irak zou worden ingetrokken.
Rob de Wijk:
“Als je bereid bent OEF en de oorlog tegen Irak in elkaars verlengde te zien. De Amerikanen willen dat graag en als je dat ziet is de stap van OEF naar Irak snel gemaakt”.
Argos:
“U bedoelt als de Amerikanen hun vizier op iets anders richten en je hebt je dan gecommitteerd dan ga je automatisch mee”.
Rob de Wijk:
“Ja, dan kan er behoorlijke morele druk op een land als Nederland worden gezet om toch mee te gaan. Dit was november 2002”.
(Argos, 16 maart 2007: Betrokkenheid Nederlandse militairen in Irak, deel 1)
11 – 11 – 2002
Minister De Hoop Scheffer schrijft een brief naar de Kamer over de nieuwe resolutie. Hij wijst erop dat de Veiligheidsraad bijeen zal komen als sprake is van een `material breach' door Irak. ,,De resolutie gaat niet in op de vraag welke maatregelen in dat geval genomen kunnen of moeten worden, en a fortiori ook niet op de vraag of eventueel gebruik van geweld in een nieuwe VN-resolutie moet worden bekrachtigd'', aldus de minister.
De brief volgt in grote lijnen een interne analyse die de directie Noord-Afrika, Midden-Oosten/Golfstaten van het departement een dag eerder heeft gemaakt. Alleen staat in die analyse nog iets extra's. Het document wijst erop dat ,,niet is vastgesteld'' waaruit de `ernstige gevolgen' voor Irak zouden bestaan. ,,Dit impliceert niet per definitie dat het gebruik van geweld is toegestaan'', aldus de analyse. Het zijn opmerkingen die de brief naar de Kamer niet zullen halen.
(NRC)
19 – 11 - 2002
Twee weken na aanname resolutie 1441, debatteert de Tweede Kamer over Irak. De regering sluit deelname aan een oorlog niet uit
(ZEMBLA, 3 april 2003: Nederland als bondgenoot)
21 – 11 – 2002
(NOS radionieuws 21 november 2002):
“De VS hebben Nederland gevraagd deel te nemen aan een militaire actie in Irak. Dat heeft premier Balkenende gezegd aan de vooravond van een topconferentie van de NAVO in Praag.
(Fragment uit Argos 28 maart 2003):
“Premier Balkenende heeft gisteren in Praag voor het eerst president Bush ontmoet. Balkenende vindt het nog te vroeg om in te gaan op welke manier Nederland aan een militaire actie in Irak mee kan gaan doen, het gaat erom of wij in principe beried zijn de Amerikanen te steunen, zei hij.”
(Argos, 16 maart 2007: Betrokkenheid Nederlandse militairen in Irak, deel 1)
21 – 11 – 2002
Reporter:
De troepen opbouw van de VS in het Midden Oosten start en de VS vragen bondgenoten om hulp. Minister De Hoop Scheffer laat de Tweede Kamer weten dat ook Nederland zo’n verzoek heeft ontvangen. Volgens de minister gaat het om ‘overvliegvergunningen” en het “faciliteren van doorvoer”
Reporter:
Maar in werkelijkheid is het Amerikaanse verzoek veel groter. Reporter kreeg inzage. “medische ondersteuning, grond en water erodeer middelen, politie, luchtmobiele brigade, gemechaniseerd bataljon, maritieme patrouillevliegtuigen, mijnenjagers, onderzeeërs, mijnenvegers, ondersteunend luchttransport, F 16 gevechtsvliegtuigen, precisiewapens, transportvliegtuigen, apachies, fregatten , patriots, landmachtmiddelen, beveiliging van Amerikaanse bases, …
Van Baalen (VVD, Tweede Kamer):
“Ik zie het als een verzoek tot actieve deelname. Het staat er niet letterlijk, maar je vraagt niet om lege schepen”.
Van Bommel (SP Tweede Kamer):
“Nee, dit wisten wij niet, en ik had dat wel willen weten. Hieruit blijkt dat de VS vragen om een militaire deelname compleet met gevechtseenheden. Dat is volledig deelname aan een oorlog”.
Van Baalen:
“Tussen landen worden alleen verzoeken ingediend waarvan je weet dat ze ingewilligd worden. Landen willen geen blauwtje lopen. Ik vind het wel normaal dat je dat niet van de toren blaast”.
Reporter:
De lijst komt ook terecht bij de minister Benk Korthals. Die verwacht dat een oorlog onafwendbaar is en dat Nederland daarin een rol zal spelen. Korthals stapt echter op nav van de enquête Bouwfraude.
(Reporter, 25 maart 2007: Nederland en de oorlog in Irak)
21 – 11 – 2002
(Verslaggever Roel Geeraedts)
“Je ziet ze niet en hoort ze amper, het zijn de spionnen van de oceanen. De Marine maakt een keer een uitzondering en nam ons mee naar de Walrus in Dubai, net terug van een geheime missie, want alles wat deze onderzeeër doet gebeurt in het geniep.
(RTL reportage):
“We zijn hier voornamelijk om inlichtingen te verzamelen, daartoe varen we doorgaans vlak onder het wateroppervlakte, zodat we de mast op kunnen steken, bijvoorbeeld periscopen, maar ook radiomasten, antennes om radio uitzendingen te kunnen onderscheppen. Op die manier proberen we zoveel mogelijk informatie binnen te krijgen.”
(Verslaggever Roel Geeraedts)
“Met deze geavanceerde afluisterapparatuur tapt de walrus telefoongesprekken en radioverkeer af. Hier in het Midden oosten werden de boten van Iran bespioneerd. Voor de Amerikanen, zodat ze de mogelijke aanval op Irak kunnen voorbereiden.” (Kees van der Knaap):
“De Amerikanen zijn heel druk bezig om te bekijken hoe is het in dit gebied vlak bij Irak, het is de toegangsweg tot Irak, dus het is duidelijk dat zo goed mogelijk van alle activiteiten in dit gebied, dat ze daar kennis van willen nemen, dat ze daar een scenario over willen maken en in dat kader moet u ook deze activiteiten van deze onderzeeboot zien.”
(Verslaggever Roel Geeraedts)
“Er zaten zelfs vier Amerikaanse afluisteraars aan boord, die ieder Arabisch dialect kunnen verstaan. Door ruimtegebrek sliepen ze pal tussen de torpedo’s” (Verslaggever Roel Geeraedts):
“De onderzeeër loopt het meeste gevaar als hij bovenwater is, zoals hier in de haven van Dubai. Ter beveiliging is het Nederlandse fregat de van Nes ook in Dubai”
(RTL4 Nieuws, 21 – 11 – 2002)
28 - 11 – 2002
(Verslaggever Roel Geeraedts van het RTL Nieuws)
“Je ziet ze niet en hoort ze amper, het zijn de spionnen van de oceanen. De Marine maakt een keer een uitzondering en nam ons mee naar de Walrus in Dubai, net terug van een geheime missie, want alles wat deze onderzeeër doet gebeurt in het geniep.
Argos:
Verslaggever Roel Geeraedts van het RTL Nieuws op 21 november 2002. opnieuw dus in die novembermaand, waarin de Amerikaanse regering Nederland om militaire steun vroeg voor een oorlog tegen Irak. De verslaggever mocht mee met de walrus van de Nederlandse Marine op speciale missie in de Golf en hoe bijzonder die missie was bleek uit het vervolg van die reportage.
(fragment RTL reportage):
“We zijn hier voornamelijk om inlichtingen te verzamelen, daartoe varen we doorgaans vlak onder het wateroppervlakte, zodat we de mast op kunnen steken,
bijvoorbeeld periscopen, maar ook radiomasten, antennes om radio uitzendingen te kunnen onderscheppen. Op die manier proberen we zoveel mogelijk informatie binnen te krijgen.”
Argos:
Inlichtingen verzamelen, een spionage missie dus. En in dit geval wel voor heel bijzonder doel, vertelt de verslaggever
(Verslaggever Roel Geeraedts van het RTL Nieuws)
“Met deze geavanceerde afluisterapparatuur tapt de Walrus telefoongesprekken en radioverkeer af. Hier in het Midden Oosten werden de boten van Iran bespioneerd. Voor de Amerikanen, zodat ze de mogelijke aanval op Irak kunnen voorbereiden.” Argos:
Een Nederlandse onderzeeër die de Amerikanen meehelpt bij de voorbereiding op de oorlog tegen Irak. Dat is opmerkelijk.
In de RTL-reportage geeft vervolgens de Nederlandse staatssecretaris van Defensie Cees van der Knaap persoonlijk nadere uitleg hierover. Van der Knaap is op dat moment op werkbezoek in de Golfregio.
(Kees van der Knaap in RTL4):
“De Amerikanen zijn heel druk bezig om te bekijken hoe is het in dit gebied vlak bij Irak, het is de toegangsweg tot Irak, dus het is duidelijk dat zo goed mogelijk van alle activiteiten in dit gebied, dat ze daar kennis van willen nemen, dat ze daar een scenario over willen maken en in dat kader moet u ook deze activiteiten van deze onderzeeboot zien.”
Argos:
Door deze openhartigheid van de staatssecretaris , later zal het een slib of the tongue worden genoemd en worden ze er bij het Ministerie van Defensie liever niet aan herinnerd, wordt hier voor het eerst een tipje van de sluier opgelicht. Ondanks de voortdurende bezweringen dat Nederland niet meedoet aan de Amerikaanse oorlogsvoorbereidingen speelt zich achter de schermen toch iets anders af. Officieel opereert de Nederlandse onderzeeër in de Golf vanwege de Operatie Enduring Freedom. In dit geval blijkt dat dus een dekmantel te zijn voor oorlogsvoorbereidingen tegen Irak. En dat gebeurt niet alleen voor de Amerikanen, ook in directe samenwerking mét de Amerikanen, vertelt de RTL verslaggever. (Verslaggever Roel Geeraedts van het RTL Nieuws)
“Er zaten zelfs vier Amerikaanse afluisteraars aan boord, die ieder Arabisch dialect kunnen verstaan. Door ruimtegebrek sliepen ze pal tussen de torpedo’s”
Argos:
De Walrusonderzeeër is niet het enige Nederlandse marineschip dat bij deze operatie is betrokken
(Verslaggever Roel Geeraedts van het RTL Nieuws):
De onderzeeër loopt het meeste gevaar als hij bovenwater is, zoals hier in de haven van Dubai. Ter beveiliging is het Nederlandse fregat de Van Nes ook in Dubai . Argos:
Nederland is dus op dit moment al direct betrokken bij de militaire voorbereiding op de oorlog tegen Irak. De Walrusonderzeeër is al een paar weken actief in het gebied en heeft uitgebreid gepatrouilleerd in de wateren bij Irak.
Argos:
Niet alleen deze missie zelf is opmerkelijk. Zeker net zo opmerkelijk is dat het RTL-Nieuws de gelegenheid krijgt om erover te berichten. Nota bene met de persoonlijke medewerking van de staatssecretaris van Defensie. Normaal gesproken gebeuren dit soort spionagemissies van onderzeeërs in het diepste geheim.
Ook Defensiedeskundige professor Rob de Wijk verbaast zich hierover:
Rob de Wijk:
“Dat was, dat was absoluut opmerkelijk wat daar aan de hand was, temeer omdat dat soort operaties van onderzeeërs altijd heel erg geheim geworden wordt. Ik kan me een geval herinneren van beging jaren negentig, toen een onderzeeër actief was in de Adriatische zee, en op een gegeven ogenblik vertelde Maarten van Traa dat die onderzeeër daar actief was. Ik kan melden dat de ontreddering niet groter kon zijn bij Defensie toen dat bekend werd. Het huis was te klein. Dat was gewoon een uitgelekte operatie en Maarten van Traa had dat in vertrouwen medegedeeld gekregen en vond het nodig daar goede sier mee te maken in de media. Dat is hem niet in dank afgenomen. Het rare is nu dat kennelijk Defensie dat zelf doet.”
(Argos, 29 november 2002: Voorbereidingen oorlog in Irak)
Onderzeeboot Hr.Ms. Walrus is in de Perzische Golf. Dat was in november 2002, in de haven van Dubai, ter gelegenheid van een bezoek van staatssecretaris van Defensie Cees van der Knaap. Destijds kon de bewindspersoon de meereizende RTL-verslaggevers haarfijn uitleggen wat de spionageonderzeeër daar te zoeken had. Met Enduring Freedom had het niets van doen. Van der Knaap: 'De Amerikanen zijn heel druk bezig dit gebied te verkennen. Het is de toegangsweg tot Irak (...). In dat kader moet u ook de aanwezigheid van deze onderzeeboot zien.' Een slip of the tongue – heette het later volgens Haagse 'damage controllers'. Dat laatste was een leugentje om bestwil.
(Vrij Nederland, 5 april 2003: We doen wél mee aan de oorlog)
29 – 11 – 2002
Argos:
De oorlog tegen Irak lijkt even uitgesteld, nu de VN-wapeninspecteurs in dat land aan het werk zijn gegaan. Maar de Verenigde Staten gaan ondertussen volop door met hun oorlogsvoorbereidingen. En het demissionaire kabinet-Balkenende overweegt Néderlandse deelname aan die oorlog. Maar, zo verzekert het kabinet, er is nog niets beslist: de Tweede Kamer heeft het laatste woord. Want het officiële Nederlandse standpunt - gesteund door een grote Kamermeerderheid - is op dit moment, dat eerst het resultaat van de VN-wapeninspecties moet worden afgewacht.
Maar hééft de Tweede Kamer ook het laatste woord. Of is Nederland al begonnen aan de oorlog tegen Irak? Argos onderzoekt vandaag de vraag in hoeverre Nederland betrokken is bij de Amerikaanse oorlogsvoorbereidingen. Passief en ook actief.
Een verhaal met ontkennende ministers, spiedende onderzeeërs en een waarschuwende defensiedeskundige:
Rob de Wijk:
Wanneer je dit soort dingen doet, dan heb je partij gekozen en dat kan bepaalde risico’s hebben voor het Nederlandse grondgebied. Het is evident dat wanneer je mee gaat doen aan oorlogsoperaties, wanneer dat nou is tegen Iran of Irak of tegen
een Al Qeada of de Taliban destijds je absoluut rekening moet houden met repercussies voor je eigen grondgebied. Een methode om het politieke en publieke draagvlak voor zo’n operatie in ons land te ondermijnen is om aanslagen te plegen in Nederland. Voor je het weet wordt je meegezogen in zo’n conflict en ik weet niet hoe wenselijk dat is.
Argos (locatie Eemshaven) Het is bijna griezelig stil hier op donderdagochtend in de Eemshaven. Gesprekje met vissers over twee Amerikaanse oorlogsschepen die daar gelegen hebben.
Visser: “Die zijn al weg die twee, ze hebben hier wel gelegen”.
Argos: “Het Ministerie van Defensie zegt dat ze hier alleen zijn geweest om water en olie te bunkeren”.
Visser: “Dat zou kunnen”
Argos: “Heeft u niet gezien wat er aan boord was?” Vissers: “Nee”
Argos: Kamervragen van het lid Van Bommel (SP), de dato 18 oktober 2002, aan de minister van Defensie.
“1. Is het waar dat sinds begin oktober 2002 in de Eemshaven het Amerikaans militaire bevoorradingsschip, de Major Stephen W. Pless is afgemeerd en dat dit schip militaire goederen inlaadt? Zo ja, om wat voor goederen gaat het precies?” ”2. Komen deze goederen uit depots op Nederlands grondgebied?”
Antwoord van de minister van Defensie, de dato 18 november 2002, mede namens de ministers van Buitenlandse Zaken en VROM:
“Het Amerikaanse bevoorradingsschip “Major Stephen W. Pless” heeft van 7 tot en met 17 oktober 2002 een routinebezoek gebracht aan de Eemshaven voor onderhoud, bevoorrading en recreatie van de bemanning. Het schip heeft geen militaire goederen geladen, maar gebruiksgoederen voor eigen gebruik en dat van andere marineschepen van het vlootdeel waarvan het schip deel uitmaakt. Deze goederen komen niet uit militaire depots.”
Argos (locatie Eemshaven)
Argos: “We lopen nu het haventerrein op “
Verslaggever Willem de Haan loopt op het terrein van de Eemshaven, in het uiterste noordoosten van de provincie Groningen. Samen met Frank Slijper, deskundige op het gebied van Nederlandse wapenhandel, is hij op zoek naar mensen die iets meer kunnen vertellen over het bezoek dat twee bevoorradingsschepen van de Amerikaanse marine in oktober aan de Eemshaven hebben gebracht.
Argos:“Nou, dat moet die terminal zijn, Frank, dit is roll on roll of. Mogen we iets vragen, over twee Amerikaanse schepen”
Medewerker Havenbedrijf: “Ik heb ze wel gezien”
Argos: “Is daar iets geladen of gelost, weet u daar iets van “
Medewerker Havenbedrijf: “Nee er is volgens mij niks geladen, niks wat ik verdaag gezien heb. Het heeft hier puur gelegen en even bunkeren”.
Argos: “En weet u wat er aan bord was”
Medewerker Havenbedrijf: “Ja, hospitaal dacht ik, militair hospitaal, voertuigen en ook containers”
Argos: “Wat voor soort voertuigen , weet u dat?”
Medewerker Havenbedrijf: “Ja, legervoertuigen, amfibievoertuigen .”
Argos: Volgens deze werknemer van een bedrijf vlak naast de plek waar de Amerikaanse schepen hebben gelegen, is er niets geladen. Tenminste niet overdag. Volgens minister Korthals van Defensie, in antwoord op de Kamervragen, is er wél geladen. Volgens de waarnemingen van deze werknemer in de Eemshaven moet dat dan ’s nachts zijn gebeurd. Of er toen alleen “gebruiksgoederen voor eigen gebruik”, zoals de minister het noemt, zijn geladen, en géén militaire goederen, valt nog maar te bezien. Want deze getuige heeft duidelijk wél militaire goederen aan boord van de Amerikaanse bevoorradingsschepen gezien: een militair hospitaal en legervoertuigen, amfibievoertuigen.
Argos (locatie Eemshaven)
Argos “Hoe lang zijn ze geweest”
Medewerker Havenbedrijf: “Twee weken, het waren twee dezelfde schepen, net ander model, maar mensen zagen het verschil denk ik niet”.
Argos “Maar als je water en olie gaat bunkeren ben je er toch geen week me bezig lijkt me”
Medewerker Havenbedrijf: “Nee, dat kan je in een dag doen”
Argos : Niet alleen bij dat bunkeren zijn vraagtekens te zetten. Ook het verhaal dat de Amerikaanse schepen zo’n lange periode in de Eemshaven lagen om de bemanning de gelegenheid te geven om te passagieren, is niet plausibel. Althans volgens verschillende mensen die wij in de Eemshaven daarop aanspreken. Een voorbeeld:
Argos (locatie Eemshaven)
Argos: “Zijn er mensen wel van boord geweest, heeft u bemanning gezien?” Medewerker Havenbedrijf : “Nee ik heb niemand gezien, helemaal niemand” Argos: “Als het Ministerie van Defensie nou zegt dat die boten hier waren om de bemanning de gelegenheid te geven te passagieren, gelooft u dat?”
Medewerker Havenbedrijf : “Dat lijkt me vrij sterk, zoveel is hier niet te doen, dat lijkt me niet, ik heb hier verder ook geen mensen gezien”
Argos: Kamervragen van het lid Van Bommel (SP), de dato 18 oktober 2002, aan de minister van Defensie.
“Wat is de bestemming van het schip en de goederen?”
Antwoord van de minister van Defensie, de dato 18 november 2002, mede namens de ministers van Buitenlandse Zaken en VROM:
“Dit schip maakt deel uit van de Amerikaanse 6e Vloot in de Middellandse Zee en is behoudens havenbezoeken permanent op zee ter bevoorrading van andere marineschepen. De bestemming is onbekend.”
Volgens minister Korthals van Defensie is de bestemming van de Amerikaanse bevoorradingsschepen dus onbekend. Maar volgens wapendeskundige Frank Slijper hebben ze alles te maken met de Amerikaanse voorbereidingen op de oorlog tegen Irak. En daarbij spelen Nederland en de Nederlandse havens ook een rol:
Argos (locatie Eemshaven)
Frank Slijper: “Het Amerikaanse leger, een transportdivisie die hier in Nederland ook zit, heeft een kantoor in Capelle aan de IJzel. Ze hebben eind 1999 begin 2000 een contract met de Eemshaven afgesloten voor het laden en lossen van alles eigenlijk, van voedsel tot rollend materieel, munitie en kruisraketten, alles zouden ze hier mogen laden en lossen.
De beide schepen die hier hebben gelegen maken deel van een vloot die op zee varen met materieel aan bord. Tanks, pantservoertuigen, munitie , voedsel, wat er maar nodig is. En die moeten van tijd tot tijd naar de kade om vers water te halen en brandstof te tanken”.
Argos: “Die boten zijn permanent stand by zou ik maar zeggen”
Frank Slijper: “Ja, het is een soort , ze noemen dat een pre positioning force, een eenheid die elk gewenst kan uitrukken om bij een brandhaard spullen af te leveren voor het Amerikaanse leger”.
Argos: “Wat betreft de Golfoorlog is wel iets meer bekend over de activiteiten die toen hier in de Eemshaven hebben plaatsgevonden, toen is er daadwerkelijk wel geladen?”
Frank Slijper: “Ja, toen zijn er bv Patriotraketten , die zijn hier van en aan boord gegaan.”
Argos: Waar kwam dat spul vandaan?””
Frank Slijper: “Dat kwam toen uit Duitsland, uit Duitse Amerikaanse depots”. Argos: “De Amerikanen hebben daar nog steeds opslagdepots”.
Frank Slijper: “Ja, in Nederland ook, in Vriezeveen is de dichtstbijzijnde, de meeste andere zijn in de jaren na de Koude Oorlog gesloten. In Duitsland zijn er nog een heel stel, daar zitten ook nog veel Amerikanen gelegerd, dat is voor de Amerikanen een stuk gemakkelijker dan dat je alles helemaal vanuit Amerika naar de Golf over moet brengen, dan heb je het alvast halverwege in Duitsland staan”
Argos: “Toen dat in 1991 hier werd overgeladen waren er toen contracten?” Frank Slijper: “Voor zover ik weet niet, maar dat kan ook op incidentele basis gebeuren, het is natuurlijk ook logisch in NAVO-verband, zeker toen Nederland
actief medewerking verleende aan de Golfoorlog, daar vloeit het eigenlijk logisch uit voort dat Nederlanders hun havens ook ter beschikking stellen om transport mogelijk te maken.”
Argos: Kamervragen van het lid Van Bommel (SP), de dato 18 oktober 2002, aan de minister van Defensie.
“Heeft de komst van het schip naar de Eemshaven iets te maken met Amerikaanse voorbereidingen voor een aanval op Irak?”
Antwoord van de minister van Defensie, de dato 18 november 2002.
“Hierover is geen informatie bekend.”
Argos (locatie Eemshaven)
Argos: Is de Eemshaven nu specifieker geschikter dan andere havens in Noord Nederland of Duitsland.”
Frank Slijper: “Nee, qua geografische ligging zou je zeggen dat het vrij ongeschikt is, het is natuurlijk een beetje rare uithoek. Maar wat de Eemshaven uitermate geschikt maakt is dat het hier zo rustig is. Makkelijk te overzien, makkelijk te controleren, je hebt hier een goede spoorverbinding . In de haven van Rotterdam kan ik me voorstellen dat men minder belang heeft bij teveel militaire gelaad en gelos, omdat het ook met het oog op de veiligheid misschien economische activiteit hindert en wat hier in de Eemshaven kan, het is goed te bereiken uit Duitse en Nederlandse depots, ja, het is een prima mogelijkheid om dat vanaf de Eemshaven te doen . En niet voor niets is dat contract ook gesloten tussen de Amerikanen en het Havenschap hier.” Argos: “Bestaan dergelijke contracten voor zover jullie weten ook met andere havens?”
Frank Slijper: “Ja, Antwerpen en in Rotterdam gebeurt het ook met enige regelmaat , Bremerhaven. In Antwerpen is het op het ogenblik zelfs zo dat de Amerikanen aan het onderhandelen zijn met de Haven autoriteiten of ze een deel van de milieuwetgeving kunnen opschorten, zodat ze daar hun gang kunnen gaan”.
Argos: Volgens defensiedeskundige Rob de Wijk, hoogleraar aan de Leidse universiteit en ook verbonden aan het Instituut Clingendael, ontkomen NAVO-landen als België en Nederland er niet aan om dit soort faciliteiten aan de Amerikanen ter beschikking te stellen. Of ze nu pro of contra een oorlog tegen Irak zijn. Het NAVO-lidmaatschap schept verplichtingen:
Rob de Wijk: “Een bepaalde mate van verplichting o m de Verenigde Staten te helpen bij de logistiek van zo’n operatie”
Argos: “Ook als je, ja Nederland is een beetje onduidelijk, maar zoals Duitsland als je tegen zo’n oorlog bent?´
Rob de Wijk: “Het is nooit een verplichting in die zin dat de NAVO nooit iets bindend kan opdragen , maar het is buitengewoon moeilijk om er onderuit te komen.”
Argos: “het gebeurt wel”
Rob de Wijk: “Ja, het gebeurt wel ja”
Argos: “Ook vanaf Nederlands grondgebied”
Rob de Wijk: “Ja dat is ook helemaal binnen de NAVO waar je , je gaat daar volgens mijn gevoel niet echt en verkeerde drempel over, pas wanneer je werkelijk mee gaat doen aan de strijd , ja dan ga je een bepaalde drempel over waarvoor besluiten genomen moeten worden”
Argos: “je kunt je voorstellen dat dat voor ons zo is, maar voor potentiële vijanden, groepen terroristen zal dat niet zo zijn”
Rob de Wijk: “O, dat is ongetwijfeld het geval”
Argos: “Die zien dat Nederlandse havens worden gebruikt om Amerikaans oorlogsmaterieel aan te voeren”.
Rob de Wijk: “”Dat is schijnbaar het geval ja, maar dat is het risico van elke deelname van welke aard dan ook aan de strijd tegen het internationale terrorisme of Irak”
Terug naar wapenhandel deskundige Frank Slijper in de Eemshaven en verslaggever Willem de Haan:
Eemshaven
Argos: “Als hier militair materieel wordt geladen maakt dat Nederland mede verantwoordelijk voor die oorlog?”
Frank Slijper : “absoluut, en dat is een beetje het rare van de situatie nu de demissionaire Minister van Buitenlandse Zaken De Hoop Scheffer die heeft nog kortgeleden gezegd, we zijn op geen enkele manier betrokken bij Amerikaanse voorbereidingen voor Irak, maar op het moment dat je je havens of andere dingen prijs geeft en de Amerikanen logistiek helpt op dat moment ben je er ook bij betrokken.
(fragment Radio nieuws 21-11-2002)
“Afgelopen dinsdagavond zei minister de Hoop Scheffer van Buitenlandse Zaken in de Kamer dat het kabinet bereid is om deel te nemen aan een militair optreden in Irak te overwegen”
Argos: Het NOS-radionieuws van een week geleden, donderdag 21 november. Ook die opmerking van minister Jaap de Hoop Scheffer van Buitenlandse Zaken vindt Rob de Wijk heel opmerkelijk:
Rob de Wijk: “Zoals ik het heb begrepen is dat hij heeft gezegd dat wanneer de Amerikanen Irak aan gaan vallen Nederland niet aan de zijlijn kan blijven staan , maar op de een of andere manier zal gaan deelnemen of steun zou verlenen aan die Amerikaanse operatie. Dat is wat ik er van begrepen heb”.
Argos: “Terwijl het officiële Nederlandse standpunt is, we moeten die missie een kans geven”.
De Wijk: “ja, dat klop, maar tegelijkertijd zie je dus ook dat de Amerikanen de militaire druk opvoeren om die inspectiemissies geloofwaardiger hun werk te laten doen. Er is dus een directe relatie tussen het opvoeren van de militaire druk en de effectiviteit van de missie en nu is de vraag, moet Nederland mee doen met het opvoeren van die militaire druk?
Argos: “en wat is uw antwoord?”
De Wijk: “Nou ik denk wat betreft dat de Nederlandse bijdrage er niet toe bijdraagt tot het opvoeren van die grote militaire druk. Het zal niet zo zijn dat dan ineens Sadam Hussein tot de conclusie komt dat hij nu ineens akkoord moet gaan met alles wat de wapeninspecteurs zullen voorstellen. Het heeft veel meer een politieke reden en daar kan ik me er wel iets bij voorstellen. De Amerikanen zijn naarstig op zoek naar coalitiepartners, er vallen er een heleboel af, Engeland doet in ieder geval wel mee, en Duitsland wil niet meedoen, Frankrijk aarzelt zeer. Een land als Nederland is wat dat betreft toch altijd een heel belangrijk land voor de VS, dat mogen we niet onderschatten. Als Nederland mee doet, dan is dat een behoorlijke politieke overwinning voor de VS”.
Argos: “maar ik begrijp uit uw woorden dat u dat nu helemaal niet zo nodig vindt”. De Wijk: “Nee, maar dat heeft veel meer te maken met het feit dat ik vanuit mijn eigen professie altijd zou willen weten, wat is het concept , wat zijn de risico’s , op welke manier wordt uiteindelijk zo’n oorlog gevoerd en past het daar wel in?”
Fragment Radio nieuws 21-11-2002:
De Verenigde Staten blijken nog zo’n 50 andere landen te hebben gepolst. Dat is niet gedaan in bv NAVO-verband . Balkenende vindt dat niet vreemd, als het tot een optreden tegen Irak komt dan gebeurt dat op grond van een resolutie van de Veiligheidsraad van de VN , de NAVO staat daarbuiten aldus de premier.
Argos: Dat zei demissionair minister-president Balkenende een week geleden. Defensiedeskundige Rob de Wijk vindt deze uitlatingen van de Nederlandse premier en de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken niet erg verstandig.
Rob de Wijk: “Ik ben geen minister, maar ik denk als ik minister was geweest dan had ik mij toch wat afstandelijker opgesteld in deze”.
Argos: “Maar gaat hij verder dan andere ambtsgenoten van andere West Europese NAVO landen?”
De Wijk: “Jazeker, kijk hij gaat natuurlijk niet zover als Tony Blair die onmiddellijk al heeft gezegd dat doen we samen, maar als je kijkt naar wat Schröder zegt, de Duitse Bondskanselier, die heeft van de hele kwestie Irak een verkiezingthema gemaakt. Dus die had al helemaal geen zin die richting op te gaan. Nou, dat geldt voor een heleboel andere landen ook. Een land als Frankrijk is zeer aarzelend die wil absoluut dat eerst het hele traject via de Veiligheidsraad wordt gelopen. Dat er ook eerst een tweede resolutie gaat komen voordat ze überhaupt gaan beslissen of ze mee doen”.
Argos: “Maar Nederland gaat al meteen een stap verder”.
De Wijk: “Ja dat is ook niet helemaal verwonderlijk omdat Nederland altijd een redelijk trouwe bondgenoot is geweest. Nederland heeft hele duidelijke trans Atlantische reflecties , als Amerika iets zegt vinden het al heel goed, dat zit ingebakken in onze genen”.
Argos: In dit beeld past volgens De Wijk ook dat Nederland in de Golf met de Walrusonderzeeër al actief is tegen Irak, en dat dat ook in de openbaarheid wordt gebracht.
Rob de Wijk: “Nederland is tamelijk onzichtbaar geweest de afgelopen tijd in de operatie Enduring Freedom, de strijd tegen het internationale terrorisme. Ik denk dat dit een methode is om die zichtbaarheid toch te vergroten en te maken dat Nederland een betekenis volle bijdrage levert”.
Argos: “Maar is het ook een methode om aan de Nederlandse bevolking te laten zien dat wij gewoon mee gaan doen aan die oorlog als het zover is”.
De Wijk: “Nou dat gaat me in dit stadium te ver om dat te suggereren maar het draagt natuurlijk wel bij aan het rijp maken van de geesten dat er iets meer te doen staat.
Argos: Nou vind ik het opvallende dat ik het idee heb dat het parlement helemaal niet ingelicht is over wij zijn eigenlijk al een beetje bezig met een oorlog tegen Irak of de voorbereidingen daarop”.
De Wijk: “Formeel hoeft dat ook niet, in de Grondwet in artikel 100 wordt gemeld dat er een informatieplicht is van de Nederlandse regering aan de Tweede Kamer als het om vredesoperaties gaat. Dit is in de strikte zin van het woord geen vredesoperatie”.
Argos: “Wat is het dan wel, een oorlogsoperatie?”
De Wijk: “Het komt zeer dicht in de buurt van een oorlogsoperatie zonder dat natuurlijk formeel de oorlog wordt verklaard.”
Argos: “Ja, maar sluipenderwijs ben je zo een oorlog ingetrokken”.
De Wijk: “Maar dat heb je toch al gedaan door je te committeren aan operatie Enduring Freedom”.
Argos: “dat is de consequentie daarvan?”
De Wijk: “Ja, als je bereid bent om Operatie Enduring Freedom , die begonnen is in Afghanistan en de strijd tegen Irak in elkaars verlengde te zien. De Amerikanen willen dat graag, die zien Irak in het verlengde van de strijd tegen het internationaal terrorisme. Als je dat ziet is de stap van OEF naar een operatie tegen Irak snel gemaakt”.
Argos: “U bedoeld als de Amerikanen in de strijd tegen het terrorisme zich op iets anders richten en je hebt je daar aan gecommitteerd ga je automatisch mee”.
De Wijk: “Ja, dat is natuurlijk niet helemaal zo, maar dan kan er toch een behoorlijke morele druk op een land als Nederland worden gezet. Om toch mee te gaan”. Argos: “En wat vindt u daarvan?”
De Wijk: “Ik hou daar niet zo van , maar dat komt omdat ik überhaupt tegen elke mogelijkheid ben dat je bijna tegen je wil in wordt meegezogen in bepaalde conflicten. Ik vind dat je voortdurend, … als je welke middelen ook beschikbaar wilt stellen in een bepaald conflict, dat je een openbare duidelijke heldere op militair goede gronden gedane afweging in moet maken. Als je dat niet doet, ben ik iedere keer weer bang dat we een nieuw Srebrenica voor ogen moeten zien”.
Fragment Radio nieuws 21-11-2002
Balkenende: “Nederland is ook een van de landen dat zo’n verzoek heeft gekregen, langs diplomatieke weg en we beraden ons op het ogenblik daarover , we gaan de zaak in studie nemen en de Kamer inlichten over dit Amerikaanse verzoek”.
Argos: Premier Balkenende een week geleden bij de NAVO-conferentie in Praag. Defensiedeskundige Rob de Wijk:”Als het gaat om concrete bijdragen dan denk ik dat het toch op zijn plaats is om in de Tweede Kamer daarover te debatteren. De grote vraag is of het politiek wenselijk is”.
Argos: “Wat bedoelt u daar mee”.
De Wijk: “Nou ja, als je dat doet ga je daar een vergaand commitment mee aan ten aanzien van een toekomstige strijd in Irak. Daarmee verplicht je je feitelijk om de Amerikanen terzijde te staan. En je moet je afvragen of dat politiek wenselijk is.
Want hoe houd je er rekening mee dat als je dit soort dingen doet, dan heb je partij gekozen en dat kan natuurlijk repercussies hebben voor Nederlands grondgebied. Dan lok je bepaalde risico’s uit”.
Argos: “Je brengt het land in gevaar?”
De Wijk: “Het is evident dat wanneer je aan bepaalde oorlogsoperaties, of dat nou is tegen Irak of tegen Al Queda of tegen de Taliban destijds je absoluut rekening moet houden met gevolgen voor je eigen grondgebied. Een methode om het politieke en publieke draagvlak voor zo’n operatie in ons land te ondermijnen is bijvoorbeeld om aanslagen te plegen in Nederland. Voor je het weet wordt je meegezogen in zo’n conflict”.
(Argos, 29 november 2002: Voorbereidingen oorlog in Irak)
“Afgelopen dinsdag zei minister van Buitenlandse Zaken de Hoop Scheffer in de Tweede Kamer dat het kabinet van zins is deelname aan een militair optreden tegen Irak te overwegen.
De discussie in de Kamer verzande in discussie over het verschil tussen oorlogsvoorbereiding en oorlogshandeling, maar op de achtergrond was van alles gaande.
Aan de Kamer werd niet verteld dat de Amerikanen hun verzoek concretiseerden met een brief aan de minister van Defensie. In die brief vroegen de Amerikanen om steun op nader genoemde specifieke onderdelen. Dat kregen we te horen toen we bij onze naspeuringen in maart 2003 terecht kwamen bij het ministerie van Defensie in Denemarken. De persoonlijke woordvoerder van de minister stond ons te woord maar wilde niet met zijn stem op de radio. Letterlijk zei hij:
“De Amerikaanse regering heeft in november vorige jaar via een brief aan een aantal landen waaronder Denemarken en Nederland laten weten dat zij op vier terreinen behoefte heeft aan militaire steun als het gaat om een oorlog in Irak. Deze terreinen zijn: onderzeeërs, korvetten, luchttransportcapaciteiten en special forces.”
De Deense regering heeft de Amerikanen toen de toezegging gedaan om een onderzeeër en special forces te leveren voor de operatie tegen Irak. Als we bij de Nederlandse regering navraag doen over deze brief, die volgens de Denen in november 2002 door de Amerikanen ook aan Nederland is gestuurd , zegt plaatsvervangend directeur voorlichting Joop Veen van het Nederlandse Ministerie van Defensie dat het beleid is van de Nederlandse regering om alleen melding te maken van verzoeken die worden gehonoreerd. Mededelingen van de Denen hierover komen voor rekening van de Deense regering , aldus Veen.
(Argos, 28 maart 2003: Betrokkenheid van Nederlandse militairen)
Eind 2002
Begin vorig jaar, als oorlog in Irak onafwendbaar wordt, besluit het demissionaire kabinet-Balkenende I een werkgroep te benoemen die de lopende zaken rond de crisis gaat coördineren. Ambtenaren van bijna alle ministeries vormen `Stuurgroep 1441', naar de resolutie van de Verenigde Naties (VN) waar het die dagen om draait.
(NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica)
Eind 2002
Brief met verzoek VS deel te nemen aan planning van mogelijke oorlog in Irak . TK verdeeld. Van Aartsen : je moest meehelpen met opbouwen dreiging richting Sadam
(ZEMBLA, 3 april 2003: Nederland als bondgenoot)
Eind 2002 gaat UNMOVIC weer aan het werk, drieëneenhalve maand krijgen ze de tijd. Scott Ritter: is een kwestie van zoeken naar verandering, de situatie zelf was al volledig in kaart gebracht.
(ZEMBLA, 5 augustus 2004: ‘De waarheid van de wapeninspecteurs’ )
Begin januari 2003
Premier Blair wordt er begin januari 2003 door de hoogste jurist in overheidsdienst, attorney-general Lord Goldsmith, op gewezen dat een oorlog op basis van alleen resolutie 1441 onwettig is. Begin maart verschijnt in The Guardian een open brief van een groep vooraanstaande volkenrechtdeskundigen, die stellen dat er op grond van het internationaal recht geen rechtvaardiging is voor oorlog. De onzekerheid is zo groot dat de man die later de leiding zal hebben over de Britse troepen in Irak, Sir Michael Boyce, een garantie eist van de overheid. Hij wil, zo zal hij achteraf in een interview met The Observer (7 maart 2004) onthullen, een ,,ondubbelzinnige juridische top-dekking'' om te voorkomen dat Britse militairen ooit voor het International Strafhof terechtkomen.
(NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica)
22 – 1 - 2003
Verkiezingen in Nederland: CDA en PvdA winnen
Een week later schrijven 8 EU-leiders een brief ter ondersteuning van de VS. Nederland doet niet mee. Minister De Hoop Scheffer: “We waren er wel mee eens, maar we hebben het niet gedaan, er was Europese verdeeldheid”.
Volgens Bert Koenders kwam het door verkiezingen dat Nederland niet meedeed.
(ZEMBLA, 3 april 2003: Nederland als bondgenoot)
27 – 1 - 2003
Hans Blix legt een verklaring af bij de VN die onverwacht fel is tegen Irak. Terwijl inspecteurs onbeperkt toegang krijgen verwijt hij het land medewerking. Ook zegt hij dat het aannemelijk is dat het land nog ergens Antrax heeft verborgen. “het leek erop dat er ergens Antrax verborgen was” aldus Blix.
Scott Ritter: “Hoe durft Hans Blix in de Veiligheidsraad over vermoedens van Antrax te praten, alsof het er nog was, Hans Blix heeft in zijn staf biologen die hem kunnen vertellen dat Irak alleen vloeibare Antrax heeft geproduceerd voor het laatst in 1990, begin 1991, terwijl de houdbaarheid hooguit drie jaar bedraagt”.
(ZEMBLA, 5 augustus 2004: ‘De waarheid van de wapeninspecteurs’ )
28 - 1 - 2003
De directeur Juridische Zaken van het ministerie van Defensie schrijft een interne notitie aan minister Kamp over de vraag of er ,,een adequate rechtsgrond aanwezig is voor een eventueel militair optreden tegen Irak''. Hij behandelt drie opties.
In de eerste plaats zelfverdediging, volgens artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties. Hiervoor is volgens hem geen bewijs omdat Irak geen land dreigt aan te vallen en ,,de internationale strijd tegen terrorisme niet concreet genoeg is noch voldoende gekoppeld aan een op dit moment zichtbare concrete aanwijzing van een ophanden zijnde aanval''. In de tweede plaats wordt het reactiveren van oude resoluties genoemd, zeg maar de redenering Goldsmith. De notitie verwerpt dat:
,,Zorgvuldige lezing van de resoluties'' laat zien dat alleen de Veiligheidsraad zelf, ,,en dus niet slechts één of twee van haar leden, bevoegd is om een schending van deze resoluties vast te stellen en de gevolgen daarvan te bepalen''. De derde mogelijkheid is geweld na een nieuwe ,,mandaterende resolutie'' van de Veiligheidsraad. Juridisch gezien, zo concludeert de directeur Juridische Zaken, is het alleen zo'n besluit dat ,,als een grondslag zou kunnen dienen voor een rechtmatige aanval op Irak''.
((NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica)14 – 2 – 2007)
5 – 2 – 2003
Presentatie Colin Powell in Veiligheidsraad, met het bewijs over Irakese massavernietigingswapens.
Hans Blix:
“Powell onderstreepte dat het om aanvullende informatie ging. De inspecteurs hadden hem verteld dat er veel vraagtekens waren. We hadden niet gezegd dat er geen wapens waren. Hij gaf toe dat er veel vragen waren en ging af op de Amerikaanse informatie”.
(ZEMBLA, 5 augustus 2004: ‘De waarheid van de wapeninspecteurs’ )
13 – 2 – 2003
Blix schreef in zijn boek over contacten met Amerikaanse overheidsfunctionarissen. Maar die hebben hem nooit proberen te beïnvloeden zegt hij. Toch meldt hij een opmerkelijk gesprek met de veiligheidsheidsadviseur Condoleeza Rice.
“Van één onderwerp had ik het gevoel dat Rice wilde dat ik het ter sprake bracht en dat was dat de Irakezen niet onmiddellijk hadden meegewerkt. Dat was zo en dat heb ik zo gezegd”
(ZEMBLA, 5 augustus 2004: ‘De waarheid van de wapeninspecteurs’ )
Jan Rozing (UNMOVIC) over presentatie van Powell voor Veiligheidsraad:
“Een heel opgeklopt verhaal. Het berust op halve en hele waarheden. En dan een uitleg daarbij die op het randje is, en dat laan voldoende ruimte om het in te vullen zoals iedereen dat wil. Bijvoorbeeld Antrax: Powel stelt op een gegeven moment dat Irak nog beschikt over een grote hoeveelheid levensgevaarlijk Antrax. Da’s
waar. Dat is ook de conclusie van UNSCOM geweest, dat we niet met zekerheid vast konden stellen dat Irak dat niet meer had. Alleen de aanwijzingen die er waren was dat Irak dat materiaal wel vernietigd had. Meer aanwijzingen dat ze gedaan hadden, dan niet. Met andere woorden, Powell zegt, het is er, de situatie is dat het er waarschijnlijk niet meer is. Ook voor de mobiele laboratoria hebben we nooit enig bewijs gevonden”.
(Reporter, 25 maart 2007: Nederland en de oorlog in Irak)
Vaststaat dat de premier en de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie elke week, soms elke dag, analyses kregen van de inlichtingendiensten. Die waren gebaseerd op gegevens van de VN-wapeninspecteurs, van het Internationaal Atoomagentschap, beperkte eigen informatie en vooral van gegevens van Amerikaanse en Britse zusterdiensten. De informatie werd getoetst door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). Vooral de laatste speelt in de Irak-crisis een belangrijke rol. De MIVD heeft Irak al langer in het vizier, zo blijkt uit zijn jaarverslagen. Daarin wordt een, in vergelijking met de Amerikaanse en Britse informatie, voorzichtig beeld geschetst. Zo noemt de Dienst het in 2002 ,,mogelijk'' dat Irak nog over chemische wapens beschikt die men ,,mogelijk'' heeft verborgen. Dat het land een acute dreiging voor de buitenwereld is, staat voor de MIVD niet vast: ,,Alleen met omvangrijke buitenlandse hulp zou Irak in staat zijn geweest een ballistische raket met een bereik van 1000 km of meer te ontwikkelen.''
In de notitie wordt ook verwezen naar het in september 2002 gepresenteerde Britse rapport waarin onder andere werd betoogd dat Irak binnen 45 minuten chemische wapens zou kunnen activeren. De presentatie was bedoeld om de actuele Irakese dreiging aan te tonen. Maar volgens de MIVD zat er geen nieuws in de als `onthullingen' gepresenteerde feiten: ,,Dat bevatte geen nieuwe concrete, onweerlegbare bewijzen ten aanzien van het Irakese NRBC (nucleair, radioactief, biologisch, chemisch, red.) programma''. Over de `45 minutenclaim' wordt opgemerkt: ,,Het `nieuwe' feit dat sommige chemische en biologische wapens binnen 45 minuten inzetbaar zouden zijn (is) slechts een verwijzing naar bestaande Irakese slagveldwapens zoals chemische artilleriegranaten met beperkt bereik en gelimiteerde militaire toepasbaarheid.''
De nuancerende bewoordingen worden niet op deze manier aan de Kamer doorgegeven. Minister De Hoop Scheffer zegt op 30 september 2002 (en later op 10 juni 2003): ,,De analyse in dit rapport van het streven van het Irakese regime om in strijd met de VN-resoluties de capaciteit te verwerven m.b.t. massavernietigingswapens, alsmede de dreiging die daarvan uitgaat in het licht van de aard van het bewind in Bagdad, stemt overeen met het beeld dat de Nederlandse regering daarvan heeft.''
(NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica)
Rozing:
“Die zogenaamde decontaminatietrucks, die Powell liet zien, uiteindelijk toen we daar gingen kijken, het is begrijpelijk als je dat op basis van satelliet fotografie met een zeker beperkt vermogen als je dan tot die conclusie komt, maar als je dan ter
plaatse hebt gekeken en tot de conclusie komt dat het gewone watertrucks zijn, als het zomers in de schaduw tussen de 50 en 60 graden wordt dan heb je wel graag water bij je, dan is dat een heel logische verklaring”.
(ZEMBLA, 5 augustus 2004: ‘De waarheid van de wapeninspecteurs’ )
VS zegt betere informatie te hebben dan Blix. Informatie afkomstig van Irakese overlopers, olv Ahmed Chalabi.
Blix::
“Ze hadden meer interesse in inlichtingen van de overlopers dan van de wapeninspecteurs. De overlopers hadden maar één belang: het omverwerpen van het bewind van Sadam Hussein”.
(ZEMBLA, 5 augustus 2004: ‘De waarheid van de wapeninspecteurs’ )
7 – 2 - 2003
De Hoop Scheffer ontmoet Powel Nederland stemt in met verzoek Turkije voor het sturen van Patriots.. PvdA doet moeilijk, ook over transporten over NL grondgebied. Koenders (PvdA):
“VS wilde dat EU-landen iets deden. De VS lokte uit dat Turkije vroeg om de Patriots. Nederland werd als breekijzer gebruikt”
(ZEMBLA, 3 april 2003: Nederland als bondgenoot)
12 – 2 – 2003
Het ministerie van Algemene Zaken stuurt de stuurgroep 1441 een vertrouwelijke notitie. Onderwerp: de `communicatielijn met de bevolking'. De notitie constateert dat Nederland ,,in meerderheid kritisch'' staat ten opzichte van actie tegen Irak.
Daarbij komt dat het vertrouwen in de overheid ,,historisch laag'' – een ,,complicerende factor''. Het is daarom zaak om ,,met één mond te spreken''. Maar heel belangrijk, zo staat in het document, is dat de bevolking duidelijk wordt gemaakt dat het debat over oorlog niet het zicht vertroebelt op dat waarom alles begonnen is: Sadam Hussein die twaalf jaar de wereld `om de tuin leidde'.
(NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica)
12 – 2 – 2003
Minister Henk Kamp (Defensie), over de massavernietigingswapens:
,,Als die verdwijnen, hoeft daar niets te gebeuren. Er wordt dan niets aangevallen. De vlag kan dan in top.''
(NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica)
14 – 2 – 2003
Brief aan de Kamer van minister Kamp: De P-3C Orion, het Nederlandse marinevliegtuig dat in de Verenigde Arabische Emiraten is gestationeerd, bijgestaan door drieëntwintig militairen,
‘voert reguliere taken uit in het kader van inlichtingenvergaring en escortering ten behoeve van de maritieme operaties in het gebied van Central Command'
(Vrij Nederland, 5 april 2003: We doen wél mee aan de oorlog)
25 – 2 – 2003
Uitgelekt document van Nederlandse Permanente Vertegenwoordiger bij de VN. De Nederlandse Permanente Vertegenwoordiger bij de VN maakt duidelijk dat er zeer waarschijnlijk oorlog komt. Hij schrijft: “In New York wordt aangenomen dat militaire actie van de VS onvermijdelijk is.” De PV maakt bovendien duidelijk dat die actie niet meer lang op zich laat wachten: “Naar verwachting wordt de week van 10 maart de week van de waarheid”.
Dan komt de PV tot de kern van de zaak. Wat is de Nederlandse positie als de tweede resolutie – die dus een oorlog expliciet goedkeurt – het niet haalt? “Ter bepaling van de gedachten over Nederlandse opstelling zijn, in toenemende mate van lastigheid, de volgende basisscenario’s denkbaar”, schrijft de PV. Wat in het oog springt, is dat bij alle scenario’s de conclusie dezelfde is: Nederland steunt de oorlog. De PV schetst vier scenario’s:
1) Resolutie wordt aangenomen. De PV: “Dit scenario levert het minste problemen op voor de geloofwaardigheid van de VR en een militaire actie […] Deze gang van zaken past in de Nederlandse lijn: Sadam heeft de laatste kans niet gegrepen en wordt met ‘serious consequences’ (= oorlog, red.) geconfronteerd.”
2) Resolutie wordt verworpen door veto Frankrijk. “In dat geval dringt zich de vraag op of dit een ‘redelijk’ veto is waarop militair ingrijpen zou moeten stranden. […] Nederland zou de lijn kunnen aanhouden dat hier sprake is van onredelijke blokkering van besluitvorming […] Een tweede argument voor Nederland is dat met het veto van Frankrijk de VN tijdelijk uitgeschakeld zal zijn als speler op dit toneel. Een rol van de VN komt pas weer in beeld als de postconflict situatie aan de orde is. Het is dan goed dat een VN-minded land als Nederland in de coalitie zit.
3) Resolutie wordt ingetrokken. “Ook dan zullen ze (VS en VK, red.) militaire actie doorzetten. […] Mocht het toch zover komen dan kan Nederland keuze voor VS/VK-lijn nog steeds argumenteren op basis van besluitvorming van de internationale gemeenschap (resolutie 1441) en de eerdere uitspraak (van De Hoop Scheffer, red.) dat een tweede resolutie niet strikt noodzakelijk is.”
4) Resolutie wordt niet aangenomen: meer dan 6 onthoudingen. “Ook in dit geval zullen VS en VK militaire actie tegen Irak gaan ondernemen. […] Wenst Nederland de zijde van VS / VK te kiezen, dan zal de argumentatie vooral in de Realpolitik gezocht moeten worden. Nederland wil niet aan de zijlijn staan als de grootste bondgenoot besluit in Irak te interveniëren om een in ook in Nederlandse ogen gerechtvaardigde doelstelling te bereiken. Eventueel aangevuld met
het argument dat de aanwezigheid van Nederland in een ‘coalition of the willing’ van belang kan zijn om VN in een latere fase weer aan boord te krijgen.”
Reporter: Kortom: hoe de discussie over de tweede resolutie ook afloopt, de conclusie is in alle scenario’s dezelfde. De VS en Groot-Brittannië trekken ten strijde en Nederland zal hen daarin steunen. De opstelling van de PV is volledig in lijn met wat premier Balkenende drie weken later in de Tweede Kamer zal verklaren: ‘Gesteld voor de keuze Sadam Hoessein of Bush en Blair kiest zij (de regering, red.) zonder aarzeling voor de laatste.’.
(Reporter, 25 maart 2007: Chronologie nav ‘Nederland en de oorlog in Irak’)
1 – 3 – 2003
De directie Juridische Zaken wijst er in een vertrouwelijke notitie op dat in resolutie 1441 over `serious consequences' wordt gesproken en niet over `all necessary means', de formulering die de Britten zo graag wilden, juist omdat die geweld automatisch zou hebben gelegitimeerd. Die automatische legitimatie ontbreekt in de `Goldsmith-oplossing', het samenvoegen van alle andere Irak-resoluties (,,recapitulatie door 1441 van alle vorige resoluties'' wordt dat door Buitenlandse Zaken genoemd). Die ,,biedt ruimte voor interpretatie, maar kan niet per definitie worden opgevat als een machtiging tot het gebruik van geweld'', aldus de notitie. Het kabinet dacht daar dus anders over.
(NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica)
Begin maart 2003
Er verschijnt in The Guardian een open brief van een groep vooraanstaande volkenrechtdeskundigen, die stellen dat er op grond van het internationaal recht geen rechtvaardiging is voor oorlog. De onzekerheid is zo groot dat de man die later de leiding zal hebben over de Britse troepen in Irak, Sir Michael Boyce, een garantie eist van de overheid. Hij wil, zo zal hij achteraf in een interview met The Observer (7 maart 2004) onthullen, een ,,ondubbelzinnige juridische top-dekking'' om te voorkomen dat Britse militairen ooit voor het International Strafhof terechtkomen.
(NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica)
maart 2003
RTL nieuws krijgt middels een WOB-verzoek toegang tot documenten en concludeert daaruit dat het kabinet in 2003 wel degelijk plannen had om militair mee te doen aan de inval in Irak.
Uit de documenten blijkt dat het kabinet in maart 2003 een fregat wilde inzetten voor de inval. Er lag zelfs al een brief klaar waarin de Tweede Kamer werd gevraagd om toestemming voor de militaire deelname.
RTL:
Goedenavond. Opnieuw ophef in Den Haag over de Nederlandse steun aan de oorlog in Irak. Uit geheime documenten, die in het bezit zijn van RTL Nieuws, blijkt dat premier Balkenende wel degelijk heeft overwogen de oorlog in Irak militair te steunen.
Er lag zelfs al een brief klaar voor de Tweede Kamer waarin om instemming werd gevraagd voor militaire deelname. Het plan was om een marinefregat in te zetten. Dat nieuws komt hard aan in Den Haag; want premier Balkenende heeft steeds ontkend dat hij van plan was daadwerkelijk militairen naar Irak te sturen.
Maart 2003. In de hele wereld loopt de spanning op. De Amerikanen dreigen het regime van Sadam Hoessein met militair geweld omver te werpen. Gaan Nederlandse militairen meevechten in de strijd om Bagdad? Nee, zegt het kabinet met grote stelligheid.
Quote Minister Henk Kamp (18 maart 2003):
Wij geven op dit moment niet een bijdrage aan de actie die daar plaats gaat vinden. Het is ook zo dat wij daar nooit voor gevraagd zijn.
RTL:
Ook premier Balkenende ontkent dat de Amerikanen om een militaire bijdrage hebben gevraagd. In antwoord op vragen van Eerste-Kamerlid Klaas de Vries schrijft de premier:
"De Verenigde Staten hebben geen formeel verzoek gedaan aan de Nederlandse regering om deel te nemen aan de daadwerkelijke inval in Irak. De VS hebben Nederland gevraagd politieke steun te bieden, mocht het komen tot militair optreden."
RTL:
Uit documenten van het ministerie van defensie blijkt het tegendeel. De Amerikanen hebben wel degelijk gevraagd om militaire steun.
"Het oorspronkelijke verzoek van de VS om militairen bijdragen is gevoegd als bijlage 3".
Pechtold (D66 Tweede Kamer):
Het kabinet stuurt in maart 2003 aan op militaire deelneming aan de inval in Irak. Ambtenaren krijgen opdracht een brief aan de Tweede Kamer voor te bereiden. RTL:
Als de regering besluit tot een militaire bijdrage zullen de Staten-Generaal hiervan op de hoogte moeten worden gesteld op grond van artikel 100 van de Grondwet. Buitenlandse Zaken en Defensie werken nu aan een dergelijk artikel 100-brief, waarvan het eerste concept begin volgende week beschikbaar moet zijn.
Pas nu, zes jaar later, hoort PvdA-senator Klaas de Vries voor het eerst van de kabinetsplannen. Hij is verbijsterd.
Klaas de Vries (PvdA, Eerste Kamer):
“Ik wist absoluut niet dat men tot op het laatste nippertje bezig is geweest om ook te overwegen om militair mee te doen. En dat er zelfs een zogenaamde artikel 100-brief aan de Kamer klaargemaakt was. Dat zijn brieven waarin gevraagd wordt om instemming van de Kamer voor de inzet van Nederlandse troepen. Dat is voor mij wel tamelijk schokkend nieuws”.
RTL:
17 maart 2003, drie dagen voordat de Amerikanen en Britten Irak binnenvallen. Het kabinet bekijkt welke militaire middelen kunnen worden ingezet voor de aanval op Irak. Defensie houdt daarvoor een fregat beschikbaar, zo blijkt uit de stukken.
Indien een fregat wordt aangeboden als coalitie-eenheid zal het fregat worden voorzien van rules of engagement en een taakstelling die past bij deze toewijzing aan de coalitie. Deze rules of engagement zijn reeds voorbereid.
Een dag later, het is 18 maart, moet het kabinet een definitief besluit nemen. Er komt een kink in de kabel. De Partij van de Arbeid, waarmee het CDA onderhandelt over een nieuwe coalitie, verzet zich met hand en tand. Een ook de bevolking vindt in ruime meerderheid dat Nederland niet militair moet meedoen, zo blijkt uit een enquête. Balkenende trekt zijn plan in.
Kruisgesprek Frits Wester (RTL):
ROEL: We gaan naar Frits Wester in Den Haag.
1. Frits, ik snap er weinig meer van. Balkenende zegt steeds: De Amerikanen hebben ons nooit een formeel verzoek tot militaire steun gedaan, maar uit de getoonde stukken blijkt dat er wel van alles werd voorbereid. Hoe zit dat nou?
FRITS: Je hoort mij nu niet zeggen dat Balkenende daar over liegt. Maar hij is wel heel zuinig met zijn informatie. Misschien is er geen ultiem FORMEEL verzoek gedaan door de Amerikanen, maar zo'n verzoek komt er ook alleen als alle informele onderhandelingen zijn afgerond.
2. ROEL: En die zijn er wel geweest...
FRITS: Zeker. En daarbij ging het om de vragen als: Wat hadden de Amerikanen van ons nodig en wat kon Nederland bieden. En hoe ver was het kabinet bereid te gaan. Dat zijn heel relevante en interessante vragen, waarover Balkenende nog steeds geen opheldering heeft gegeven. Dat door de uiteindelijke weigering van de PvdA in de formatie 2003 om daadwerkelijk militair mee te doen dat laatste formele verzoek er nooit gekomen is doet daar niets aan af.
MAR: En daar kan alleen een onderzoek duidelijkheid over bieden?
FRITS: Ja, want de premier geeft die helderheid nog steeds niet vrijwillig. Dat onderzoek lijkt dan ook onafwendbaar. Maar voor het zover is wil D66 al heel snel een debat met de premier over de vanavond door ons getoonde informatie.
(RTL4 – 27 – 1 - 2009)
7 – 3 – 2003
Laatste verslag wapenrapporteur
“Deze initiatieven 3 tot 4 maanden na de resolutie noem ik geen onmiddellijke medewerking” Hans Blix, (red: dat zou je als schending van 1441 kunnen opvatten. “Niet toen ze eenmaal medewerking begonnen te verlenen, toen zag ik het niet als reden voor een oorlog of serieuze consequentie”
ZEMBLA
13 maart 2003
Op het bureau van de secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken lag, enkele weken na de Amerikaans-Britse inval in Irak, een intern memorandum, met kenmerk DJZ/IR/2003/158. Het memorandum was gericht aan ‘M’, de codeletter die op het departement voor de minister wordt gebruikt. Het onderwerp betrof: ‘Irak rechtsbasis militair ingrijpen’.
De inhoud van het memo, gedateerd 29 april 2003, staat lijnrecht tegenover de kabinetslijn van dat moment.
De inhoud van het memo was uiterst precair. Volgens de juristen van de DJZ was de minister, CDA’er Jaap de Hoop Scheffer, de afgelopen weken „onvoldoende geïnformeerd” over de volkenrechtelijke aspecten van de politieke steun. Weliswaar had DJZ in een eerder stadium laten weten dat de argumentatie voor die steun ‘juridisch dun’ was, maar aan die analyse was geen gevolg gegeven.
In het memo laten de juristen tussen de regels door weten dat hun geen open vraag is gesteld. Integendeel: er werd, vertelt een betrokken bron, een advies „besteld”. Het is een gang van zaken die in de geschiedenis van de Irak-oorlog vaker aan de orde was. Ook in de VS en Groot-Brittannië, zo is later gebleken, was er sprake van ‘wenselijke adviezen’: regeringen kregen te horen wat ze wilden horen.
In Den Haag werd DJZ letterlijk gevraagd om „een zo goed mogelijke juridische onderbouwing van het Nederlandse standpunt te geven”. In reactie daarop wees DJZ in een memo van 13 maart 2003 erop dat er „volkenrechtelijke tegenargumenten” waren. Maar vervolgens hadden de juristen behoefte aan het frank en vrij adviseren van de minister. Zonder „gewilde uitkomst”. In memorandum DJZ/IR/2003/158 wijzen ze dan ook op de noodzaak om „een objectieve volkenrechtelijke inschatting” te verstrekken van de Nederlandse positie.
Die inschatting is acht A4’tjes lang. DJZ, zo staat in het document, „denkt daarbij uiteraard mee met het beleid en houdt daarbij rekening met de marges die het volkenrecht al dan niet kent”. Maar die marges zijn niet onbeperkt: „Zoals ieder rechtsstelsel, stelt het volkenrecht (...) grenzen aan het beleid die niet mogen worden overschreden”. Als dat gebeurt, heeft DJZ o.i (...) op dit punt een voorlichtende en waarschuwende functie”.
Na een uitvoerige analyse van het Nederlandse standpunt komen de juristen tot een harde opvatting: de argumentatie rond de politieke steun aan de Irak-oorlog „schiet zowel materieel als procedureel tekort”. Sterker: de inschatting is dat „Nederland een eventuele procedure voor het Internationaal Gerechtshof hierover zou verliezen”.
Men wijst op de „volkenrechtelijke basisregel: het geweldverbod”. Simpel gezegd: men mag niet zomaar een land aanvallen op eigen gezag, maar slechts met toestemming voor gebruik van geweld van de VN-Veiligheidsraad. „Naar het oordeel van DJZ blijft deze hoofdregel ook in de toekomst van wezenlijk belang voor een ordelijke internationale samenleving.”
De boodschap van het memo is indringend: de politieke steun van het kabinet aan de oorlog is juridisch niet te verdedigen. Bovendien maakt het memo duidelijk dat de mening van de juristen op het departement is gemarginaliseerd. Zozeer zelfs dat men het nodig vond om, zes weken na de inval in Irak, nogmaals aan de bel te trekken en memorandum DJZ/IR/2003/158 naar de minister te sturen.
Maar bereikte het die minister ook? Wat gebeurde er met het document nadat het op het bureau van de secretaris-generaal beland was?
Niets, vertellen bronnen die anoniem willen blijven. Het document heeft minister Jaap de Hoop Scheffer nooit bereikt. In elk geval niet via de formele weg. Dat blijkt ook uit de handgeschreven aantekeningen die toenmalig secretaris-generaal Frank Majoor rechtsboven op het document heeft gezet. Daar staan drie dingen, voorzien van gedachtenstreepjes. Bij het eerste streepje staat: ‘Heel veel dank’. Bij het tweede
streepje: ‘Graag goed opbergen in de archieven voor het nageslacht’. Bij het derde streepje: ‘De discussie is hiermee voor dit moment gesloten!’ Door de letter ‘M’, de persoon aan wie het memorandum oorspronkelijk was gericht, namelijk de minister, staat een kruis. Het memorandum wordt teruggezonden naar DJZ waar onthutst wordt gereageerd. Die reactie is veelzeggend. Het gebeurt wel vaker dat de SG stukken niet doorstuurt naar de politieke leiding. Sterker, dat is zijn werk: filteren wat wel en niet relevant is voor de drukbezette bewindslieden. Maar over dít onderwerp, over deze fundamentele zaak en op deze manier: dat wordt bij DJZ ongehoord geacht. De verbolgenheid van de juristen blijkt uit het handgeschreven commentaar dat naast de mededelingen van de SG staat: ‘Het audite et alteram partem (‘luister ook naar de wederpartij’; hoor en wederhoor, JO) geldt hier kennelijk niet’. Daaronder staat: ‘Archief’. En daarin verdween memorandum DJZ/IR/2003/158.
Waarom was er blijkbaar geen behoefte aan dit oordeel van de juristen? Terug naar begin 2003. Het nieuws wordt gedomineerd door de dreigende sfeer die al weken rond Irak hangt. Volgens de VS en Groot-Brittannië is Sadam Hussein een gevaar voor de wereld wegens de aanwezigheid van massavernietigingswapens. De diplomatie faalt, een oorlog wordt onvermijdelijk geacht. Maar de VN-Veiligheidsraad slaagt er niet in om op één lijn te komen en een speciale ‘oorlogsresolutie’ op te stellen, die de weg vrijmaakt voor de militaire inval die de VS en Groot-Brittannië nodig achten. Uiteindelijk beginnen de twee landen op 20 maart 2003 grootscheepse luchtaanvallen op Irak zonder goedkeuring en expliciete resolutie van de VN.
De discussie over de rechtmatigheid van zo’n actie woedt dan al vele weken. Op 7 maart 2003 schreven vooraanstaande Britse en Europese volkenrechtdeskundigen in The Guardian dat zo’n expliciete resolutie van de Veiligheidsraad noodzakelijk is. Een oorlog zonder die machtiging „zou het internationale recht ernstig ondergraven”.
Kern is resolutie 1441, waarin Irak een „laatste kans” kreeg voor ontwapening. Weigering zou „ernstige gevolgen” hebben. Die kwalificatie was al het resultaat van diplomatie. De voorstanders van de harde lijn hadden liever gehad dat de term all necessary means (alle noodzakelijke middelen) was gehanteerd, zoals dat ook gebeurde in 1991, toen Irak in de Golfoorlog werd aangevallen. Deze term wordt gezien als de ‘volkenrechtelijke norm’ voor gebruik van geweld. Maar een resolutie met die tekst bleek onhaalbaar. En dus werd gesproken over „ernstige gevolgen” (serious consequences).
Niet genoeg om geweld te legitimeren, betogen de tegenstanders van een oorlog, zoals Frankrijk, Duitsland en Rusland. In Nederland zijn de meningen verdeeld. Het kabinet zit op de eerder genoemde lijn waarin wordt betoogd dat een eventuele extra resolutie ‘wenselijk, maar niet noodzakelijk’ is. Een opeenstapeling van eerdere Irak-resoluties, onder meer uit de Golfoorlog-tijd, is volgens het kabinet juridisch sluitend genoeg om geweld te gebruiken. De redenering, die tot vandaag door het kabinet ook wordt gebruikt om te betogen dat een Irak-onderzoek niet nodig is, is het hart van de argumentatie waarop de politieke steun aan de oorlog stoelt: niet de kwestie van de massavernietigingswapens, maar het voortdurend schenden van VN-resoluties was „de doorslaggevende reden”.
In 2003 laten juristen van zowel de ministeries van Defensie als Buitenlandse Zaken intern al weten dat het Nederlandse standpunt discutabel is, zo blijkt uit notities die in juni 2004 uitlekten in NRC Handelsblad. Maar, vertellen (voormalige) ambtenaren nu, voor die kritische blik „was geen plek”. De
reserves op volkenrechtelijk gebied speelden een ondergeschikte rol. In brieven aan de Kamer en tijdens debatten heeft het kabinet nooit laten weten dat de rechtmatigheid van het Nederlandse standpunt door de eigen ambtenaren als uiterst fragiel werd gezien. Het leidde tot „een enorme frustratie” en een „geknakte beroepstrots”. Juristen, benadrukt een van de betrokkenen, zijn er „om de werkelijkheid over te brengen en niet om met his master’s voice te spreken”.
Precies dat was de reden voor het opstellen van memorandum DJZ/IR/2003/158. Het was het sluitstuk van een lange ambtelijke strijd.
Niet lang voordat de Irak-oorlog losbarst, komt op het ministerie van Buitenlandse Zaken de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) bijeen, het belangrijkste adviesorgaan van de regering op dit terrein. Het is een reguliere vergadering van de commissie, waarin een aantal topjuristen op het gebied van volkenrecht zit. Voorzitter is Karel Wellens, hoogleraar internationaal recht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, andere leden zijn onder anderen de professoren Nico Schrijver en André Nollkaemper.
De CAVV komt samen in een vergaderzaaltje op de eerste verdieping van het departement aan de Bezuidenhoutseweg. Aanwezig is ook hoogleraar Hans Lammers, hoofd van de afdeling Internationaal Recht van DJZ en ambtelijk adviseur van de CAVV. Tijdens de bijeenkomst komt al snel de volkenrechtelijke discussie rond de Irak-crisis aan de orde en de problemen rond het ontbreken van een mandaterende resolutie. Iemand legt de vraag op tafel of de CAVV daar geen advies over moet verstrekken.
Lammers laat, zonder in details te treden, doorschemeren dat zijn afdeling, DJZ, reeds kritische geluiden heeft laten horen. Maar dat die geen gehoor zullen vinden. Een CAVV-advies, dat zonder twijfel ook kritisch zal uitpakken, zal dus ook weinig effect hebben. De sfeer in de top van het departement is duidelijk: er is geen ruimte voor dissidente gedachten.
Dat is een conclusie die vaker valt op te tekenen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken is van oudsher al ‘behoorlijk Atlantisch georiënteerd’ en kiest vaak de Amerikaanse lijn. De top van het departement, destijds bestaand uit minister Jaap de Hoop Scheffer, zijn goede kennis en hardloopmaatje secretaris-generaal Frank Majoor (op dit moment permanent Nederlands vertegenwoordiger bij de VN), maar ook de directeur-generaal politieke zaken Hugo Siblesz (tegenwoordig ambassadeur in Frankrijk), worden wel ‘haviken’ genoemd. „Kritische geluiden over Washington vielen kapot op harde rotsgrond”, zegt een van de betrokkenen van toen.
Begin maart 2003 leek oorlog onafwendbaar en werd steeds duidelijker dat er geen nieuwe, mandaterende Veiligheidsraad-resolutie zou komen. Volgens de ‘haviken’ op het ministerie bieden de VN-resoluties uit de Golfoorlog nog steeds rechtsgrond voor militair ingrijpen en is een nieuwe resolutie niet nodig. DJZ vond dat een ‘doelredenering’. Volgens de juristen was een goede juridische onderbouwing helemaal niet te geven. En dus schreef men het al eerder genoemde advies van 13 maart 2003, met „volkenrechtelijke tegenargumenten”.
Deze kanttekeningen bij de rechtmatigheid van het militair ingrijpen in Irak vielen niet goed bij directeur-generaal politieke zaken Siblesz. Op 14 april 2003, de oorlog was inmiddels volop gaande, maakte hij een eigen advies
voor de minister. Daarin stelde hij dat de inval wel degelijk rechtmatig was. Het standpunt van DJZ uit het eerdere advies werd bekritiseerd. Het stuk van Siblesz leidde tot grote onvrede bij DJZ.
Memorandum DJZ/IR/2003/158 is een rechtstreekse reactie op het advies van Siblesz. Het heeft een bijna emotionele toon en lijkt de weerslag van een departementale oorlog. Er wordt gesproken over „professionele integriteit” en over „aandacht van het nageslacht voor onderhavige kwestie”. Het is scherp en de ingewijde leest tussen de regels door verwijten aan het adres van Siblesz.
Het memo constateert dat het „opmerkelijk” is dat „in de Nederlandse discussies rondom de rechtsbasis voor het recente militaire ingrijpen in Irak – voor zover bekend – noch officieel noch informeel enige volkenrechtdeskundige heeft geoordeeld dat dit ingrijpen rechtmatig was”. Verder, constateert DJZ, „springt het in het oog” dat Siblesz de visie van DJZ weliswaar als „niet erg overtuigend” typeert, maar „dit niet met volkenrechtelijke argumenten onderbouwt. De door hem gegeven onderbouwing is vooral politiek getint.”
In het daaropvolgende hoofdstuk wordt consciëntieus uitgelegd dat de argumentatie rond de ‘opeenstapeling’ van resoluties uit de Koeweit-crisis, waar de Nederlandse gedachtengang op stoelt, niet opgaat voor de recente invasie in Irak. Een twaalf jaar oude machtiging voor geweldsgebruik, gegeven in een andere context en situatie, kan niet zomaar nieuw leven worden ingeblazen en al helemaal niet zonder machtiging van de Veiligheidsraad, zo stelt het stuk: „Het vereist zelfs de nodige juridische gymnastiek om een impliciete instemming ‘te construeren’”.
Ook de Kosovo-crisis, waarin de NAVO in 1999 wegens genocidedreiging en om humanitaire redenen besloot tot bombardementen, zonder een Veiligheidsraad-resolutie, is volgens DJZ niet te gebruiken als legitimatie voor de Irak-oorlog. Zo’n „algemene vrijbrief” zet immers „de deur open voor volkenrechtelijk onrechtmatige interventies”. Als landen als de VS, maar ook China of Rusland regelmatig het recht in eigen hand zouden nemen „zou er weinig meer overblijven van de volkenrechtelijke basisnorm die het geweldverbod nog steeds is”, aldus het memo, dat afsluit met een blik naar de toekomst. Na Koeweit, Kosovo en Irak zou er een discussie moeten komen over „het herijken van het evenwicht tussen enerzijds een van de basisnormen in de internationale betrekkingen – het geweldverbod – en anderzijds de wenselijkheid van het toelaten van uitzonderingen hierop”. Het zou goed zijn als Nederland „binnen de volkenrechtelijke traditie van ons land” voorstellen zou doen om „hierover een internationaal debat te entameren”, besluit het memorandum, dat vervolgens door de secretaris-generaal naar het archief wordt gestuurd. „Voor het nageslacht”, zoals er op geschreven staat.
Achteraf kan men die actie symbolisch noemen. Want anders dan de ambtenaren van DJZ aanbevelen, ontstaat er in de jaren na 2003 helemaal geen fundamentele discussie over de juridische onderbouwing van de politieke steun aan de Irak-oorlog, laat staan dat Nederland internationaal zo’n discussie entameert. Wel wordt er in de loop van de jaren meerdere malen in de Tweede Kamer gedebatteerd over het onderwerp, maar het antwoord van de verschillende kabinetten-Balkenende is steeds hetzelfde: er was sprake van „een afdoende legitimering”.
De kwestie vlamt opnieuw op bij de formatie van het huidige kabinet. De PvdA slikt daar de eis voor een onderzoek naar de achtergronden van het besluit de Irak-oorlog te steunen in en betitelt dat als een van de grootste offers voor kabinetsdeelname. Wat volgens de PvdA-top wél is binnengehaald, is dat in het regeerakkoord is opgenomen dat „een adequaat volkenrechtelijk mandaat is vereist bij deelname aan missies met inzet van Nederlandse militairen”. PvdA-leider Wouter Bos zegt in februari 2007 dat door deze passage in de toekomst „Nederlandse steun aan een inval zoals in Irak niet meer mogelijk is, en dat is pure winst”. Maar in juli van dat jaar, als de Eerste Kamer debatteert over militaire interventies en de kwestie opnieuw ter tafel komt, wil coalitiegenoot CDA, bij monde van minister Maxime Verhagen (Buitenlandse Zaken) zich daar niet op vastleggen.
Kernvraag is: zou Nederland opnieuw politieke steun kunnen geven aan een situatie zoals in maart 2003, een situatie waarvan dit kabinet tot op de dag van vandaag volhoudt dat de rechtsgrond „afdoende” was? Twee oud CDA-ministers van Buitenlandse Zaken hebben zich inmiddels kritisch over de kwestie uitgelaten. Ben Bot vertelde eind 2007 in een vraaggesprek met NRC Handelsblad dat hij destijds „volstrekt niet geloofde” in de juridische redenering van het kabinet. En ex-minister en volkenrechtdeskundige Peter Kooijmans zei enkele maanden daarvoor in een interview met De Volkskrant: „Het merkwaardige is dat ik de Nederlandse argumenten door geen enkele andere regering heb horen gebruiken. Noch in de VS, noch in Groot-Brittannië, noch in enig ander land dat – anders dan Nederland – te velde heeft geopereerd”. Eerder had Kooijmans in het tijdschrift van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA de passage in het regeerakkoord over het adequaat mandaat als „eerder mystificerend dan verhelderend” omschreven.
De Irak-zaak kreeg enkele weken geleden nieuwe dynamiek. Aanleiding waren meer dan honderd vragen uit de Eerste Kamer, onder meer over de volkenrechtelijke kwestie. Een meerderheid in de Senaat vindt de antwoorden inhoudelijk zo onbevredigend dat er volgende maand vervolgvragen komen. Blijft het kabinet wederom vaag, dan zal de Eerste Kamer een eigen onderzoek starten.
Bij de beantwoording van de vragen uit de Senaat hebben de ambtenaren van Buitenlandse Zaken achter de schermen opnieuw een opmerkelijke rol gespeeld. Nog steeds is er op het departement een stroming die vindt dat de Irak-zaak een betere evaluatie verdient. „Een lessons learned-aspect”, noemen ze dat. Het is dan ook niet verwonderlijk dat een van de ambtenaren in de concept-antwoorden voor de Eerste Kamer de volgende notitie maakte: „Er is een groot aantal vragen dat een evaluatieaspect behelst (..) Het kan m.i. geen kwaad om wat meer te benadrukken dat de regering ook (zelf-)kritisch wil en kan zijn”. Maar die aanbeveling zou het niet halen. In de beantwoording wordt slechts de bekende redenering herhaald. Over de harde negatieve adviezen van de juristen wordt niet gerept.
(NRC Handelsblad, 26 januari 2009: Memorandum DJZ/IR/2003/158)
15 – 3 – 2003
Boyce krijgt zijn zin. Vijf dagen voor de oorlog begint, op 15 maart, komt de verzekering dat die rechtmatig is. Die stelling is gebaseerd op een advies van Lord Goldsmith, juist de man die een oorlog enkele weken eerder onwettig zou hebben gevonden. In de Engelse pers is volop gespeculeerd over deze vermeende draai. Sommigen, onder wie oud-minister Claire Short, zeggen dat Blair Goldsmith onder druk heeft gezet. Volgens Helena Kennedy, een topjuriste die namens Labour in het Hogerhuis zit, gebeurde dat op aandringen van de VS. Als de oorlog eenmaal begonnen is, treedt Elizabeth Wilmhurst, juriste bij het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken, af. Zij vindt dat de oorlog niet alleen op basis van resolutie 1441 kan worden gevoerd.
Het advies-Goldsmith beweert van wel. Resolutie 1441 volstaat in combinatie met eerdere Irak-resoluties, daterend uit de tijd van de Golfcrisis. Het is een redenering waar in juridische kring veel kritiek op is. Kan een twaalf jaar oude machtiging tot gebruik van geweld, gegeven in een andere context (het ongedaan maken van de invasie en bezetting van Koeweit door Irak), wel gereactiveerd worden zonder dat de Veiligheidsraad dat toestaat? Bovendien hebben drie permanente leden van die Raad (Frankrijk, Rusland en China) ,,elk automatisme inzake geweldgebruik'' uitgesloten en geëist dat de Veiligheidsraad daar een expliciet besluit over neemt. Toch volgt Blair, die tot het laatst vergeefs gelobbied heeft om alsnog een extra resolutie door de Veiligheidsraad te krijgen, het advies-Goldsmith. Op 17 maart 2003, drie dagen voor de oorlog, overhandigt hij het Britse parlement een samenvatting van het advies, wat de juridische basis zal zijn voor de interventie.
(NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica)
Deel 4
De Nederlandse positie bij de inval
18 – 3 - 2003
Een dag later komt die samenvatting van negen punten via de Engelse ambassade in Den Haag binnen op het ministerie van Algemene Zaken. Please use them to set out the UK's position (Te gebruiken om de Engelse positie uiteen te zetten), staat in de aanhef. Het document komt net op tijd om door premier Balkenende op 18 maart gebruikt te worden tijdens het Kamerdebat waarin wordt gesproken over de politieke steun aan de aanstaande oorlog. Balkenende wijst op het Goldsmith-rapport, heeft het over een ,,sluitende juridische redenering'' en stelt dat ,,er aan de rechtsgrond is voldaan volgens internationaal recht''. Hij doet ook iets opmerkelijks. De premier zegt dat hij het parlement ,,de uitgebreide rapportage van Lord Goldsmith (..) graag ter beschikking'' stelt. Dat is nooit gebeurd. Het kán ook niet, want het complete rapport-Goldsmith is tot op de dag van vandaag geheim. Alleen de samenvatting is vrijgegeven. Wat precies in de uitgebreide rapportage staat en of Goldsmith zijn advies inderdaad heeft aangepast, wordt momenteel onder de loep genomen door Lord Butler, die onderzoek doet naar de vraag hoe de Britse beslissing om de oorlog te beginnen tot stand is gekomen. De Tweede Kamer heeft overigens nooit meer om `de uitgebreide rapportage van Lord Goldsmith' gevraagd.
(NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica)
18 – 3 – 2003
De premier doet de volgende uitspraak in het kamerdebat van 18 maart 2003, twee dagen voor de oorlog. Balkenende zegt de oorlog tegen Irak politiek te steunen. ‘De essentie is de ontwapening van een agressor die massavernietigingswapens in zijn bezit heeft’, aldus de premier. Om dat laatste te onderbouwen citeert hij uit een rapport (het zogenoemde clusterdocument) van UNMOVIC, de wapeninspecteurs van de Verenigde Naties in Irak. In de uitzending leggen we een aantal van die citaten voor aan oud-wapeninspecteurs, waaronder Jan Rozing. De Nederlander die leiding gaf aan het onderzoek naar biologische wapens. We hebben hem inderdaad niet het hele betoog (zie brief kabinet) van de minister-president voorgelegd maar vooral die citaten die betrekking hebben op Rozings ervaring en expertise: de biologische wapens. Rozing vindt dat Balkenende zich niet op voornoemd rapport van UNMOVIC had mogen baseren voor zijn steun aan de oorlog. Daar was het stuk volgens de oud-hoofd wapeninspecteur van UNMOVIC niet voor bedoeld. Ook plaatst Rozing vraagtekens bij de uitspraak van Balkenende al zou Irak beschikken over ‘10.000 liter van het uiterst gevaarlijke antrax’. De Nederlandse regering had beter kunnen weten, aldus Rozing.
(Reporter, 25 maart 2007: Chronologie nav ‘Nederland en de oorlog in Irak’)
Balkende: wel politieke steun, geen actieve militaire betrokkenheid
Van Aartsen, “in wezen levert de gevraagde bijdrage: Patriots, Marine en transport over land”.
(ZEMBLA, 3 april 2003: Nederland als bondgenoot)
Tijdens het Kamerdebat waarin wordt gesproken over de politieke steun aan de aanstaande oorlog. Balkenende wijst op het Goldsmith-rapport, heeft het over een ,,sluitende juridische redenering'' en stelt dat ,,er aan de rechtsgrond is voldaan volgens internationaal recht''. Hij doet ook iets opmerkelijks. De premier zegt dat hij het parlement ,,de uitgebreide rapportage van Lord Goldsmith (..) graag ter beschikking'' stelt. Dat is nooit gebeurd. Het kán ook niet, want het complete rapport-Goldsmith is tot op de dag van vandaag geheim. Alleen de samenvatting is vrijgegeven. Wat precies in de uitgebreide rapportage staat en of Goldsmith zijn advies inderdaad heeft aangepast, wordt momenteel onder de loep genomen door Lord Butler, die onderzoek doet naar de vraag hoe de Britse beslissing om de oorlog te beginnen tot stand is gekomen. De Tweede Kamer heeft overigens nooit meer om `de uitgebreide rapportage van Lord Goldsmith' gevraagd.
(NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica)
20 - 3 - 2003
Premier Balkenende spreekt politieke steun uit voor de inval in Irak
20 – 3 – 2003
Canberra, Australië, Robert Hill, minister van Defensie, in parlement:
'De Nederlanders hebben al eerder Patriot-raketten ingezet voor de verdediging van Turkije. En nu stuurt dat land ook nog een fregat en een onderzeeboot naar het strijdtoneel.'
(Vrij Nederland, 5 april 2003: We doen wél mee aan de oorlog)
21 – 3 – 2003
Nederland op de lijst van “Willing Nations” (www.defendamerica.mil)
22 – 3 – 2003
Luitenant-kolonel Jan Blom is prominent aanwezig op de eerste persconferentie van opperbevelhebber generaal Tommy Franks over Operation Iraqi Freedom op het
Centcom-zenuwcentrum in Qatar.
DOHA – Qatar.
Tommy Franks, VS opperbevelhebber: “Naast mij staan luchtmaarschalk Brian Burridge uit Groot-Brittannië, brigadegeneraal Maurie McNarn uit Australië, vice-admiraal Per
Tidemand uit Denemarken en luitenant-kolonel Jan Blom uit Nederland.”
De vier militairen achter Tommy Franks vertegenwoordigden vier coalitiepartners. In hoeverre waren de (andere) militairen zich bewust van de rol die zij die dag speelden?
Brian Burridge (telefonisch), luchtmaarschalk in het Britse leger:
“Ik was de opperbevelhebber van de 43.000 militairen uit het Verenigd Koninkrijk, die in Irak gelegerd waren.”
Hoe kwam u op het podium terecht?
“Ik was Brits opperbevelhebber. Ik had dezelfde functie als Franks. Mijn aanwezigheid bij
een gezamenlijke persconferentie sprak dus vanzelf.”
Wat was volgens u de boodschap van die persconferentie?
“Die was er niet, want ik heb niets gezegd.”
Heeft u gevraagd of u iets te zeggen?
“Dat leek niet nodig. Ik zag het als een persconferentie van de coalitie en verwachtte te mogen spreken”.
Wanneer begreep u dat dit niet zou gebeuren?
“Een kwartier van tevoren.”
Heeft u geprotesteerd?
“Daarvoor was het te laat”.
“Ik vroeg wat er van de coalitiepartners werd verlangd, en het antwoord was: niks.” Dat hoorde u van Jim Wilkinson? [Amerikaanse politieke voorlichter verbonden aan Central Command, uitgezonden door het Ministerie van Defensie in Washington DC]
“Ja”.
Hoe voelde u zich?
“Ik was zeer kwaad. Het Verenigd Koninkrijk leverde 43.000 man en 25% van de wapens. Maar op een persconferentie mochten ik en m’n Australische collega, wiens bijdrage minder was maar toch aanzienlijk, alleen als behang dienden.”
Wat deed u toen u van het podium afging?
“Ik heb tegen mijn hoofd Voorlichting gezegd dat we nooit meer zouden meewerken aan
een gezamenlijke persconferentie. En dat is ook niet gebeurd.”
Heeft u nog met luitenant-kolonel Blom gesproken?
“Nee, ik kende de andere twee niet. Zij zaten niet bij het coalitiecommando.”
Kende u de Nederlandse positie binnen de coalitie?
“Ja, die kende ik zeker.”
Vroeg u zich af waarom hij daarbij was?
“Ik denk dat het waarschijnlijk door zijn aanwezigheid duidelijk werd dat dit geen persconferentie van de coalatie was, maar van de Amerikanen.”
Tegenlicht voiceover: Luitenant Kolonel Jan Blom had zijn kantoortje naast dat van Per Tidemand uit Denemarken. Zij werden een dag eerder gevraagd om bij de persconferentie aanwezig te zijn. Zonder te beseffen welke persconferentie dat zou worden.
Per Tidemand (net als Burridge reagerend via de telefoon): “Ik kende Jan Blom goed. We spraken elkaar dagelijks. Voor we de 22ste het podium opgingen hadden we het er nog over dat we toestemming moesten vragen aan onze regeringen. Jan Blom en ik hebben toen allebei gebeld.”
Beschrijft u eens hoe het was?
“We werden bij elkaar geroepen en toen kwam Tommy Franks ons begroeten. Hij vroeg
onze namen oefende op de uitspraak en ging toen gingen we het podium op. Later hoorde ik van Jan , dat er verwarring over was ontstaan. Jan zei dat hij van tevoren toestemming had gekregen , maar dat naderhand niemand wilde erkennen dat
hij toestemming had.
Dat moet dus frustrerend geweest zijn voor hem?
Dat was het zeker.
Hoe voelde hij zich daaronder?
Hij voelde zich, hoe zeg je dat. Niet ‘verraden’ maar iets in die richting
Luitenant kolonel Jan Blom kreeg uiteindelijk van het Ministerie van Defensie geen toestemming om aan de uitzending te mee te werken, op welke wijze dan ook.
(Tegenlicht, 17 maart 2008: De verkoop van een oorlog)
22 – 3 – 2003
Argos:
Is de aanwezigheid van Luitenant-kolonel Blom op de persconferentie een signaal dat Nederland toch veel nauwer militair betrokken is bij het conflict? In ons onderzoek stuitten wij op aanwijzingen dat Nederlandse tropen betrokken zijn (geweest) bij het conflict in Irak.
Terug naar afgelopen zaterdag. Demissionair minister Henk Kamp van Defensie in het tv programma NOS-Aktueel. Nadat de hele wereld overste Blom achter Generaal Franks heeft zien opduiken wordt minister Kamp onmiddellijk om uitleg gevraagd.
Fragment Henk Kamp:
“Wij zijn dus niet militair betrokken bij die aanval op Irak en dat betekent dat als je daar informatie over gaat geven je daar ook niet bij moet staan. Wij hebben overste Blom daar in Quatar om andere redenen en dat gaat om de Patriots, hij is onze verbindingsman voor de Patriots, u weet dat wij in Turkije bezig zijn met raketafweersystemen, die kunnen het beste functioneren als we goede informatie hebben, voor een deel komt die uit de lucht van die AWACS vliegtuigen, voor een deel komt die uit Quatar waar ook allerlei informatie is en overste Blom is ervoor
om te zorgen dat de informatie van Quatar naar Turkijke, de Patriots goed blijft lopen. En hij is er niet om mee te doen aan persconferenties”.
Als hem wordt gevraagd hoe dit heeft kunnen gebeuren geeft hij toe dat zijn ministerie er zelf toestemming voor heeft gegeven. “Wij hebben daar toestemming voor gegeven, wij hebben die bijeenkomst verkeerd ingeschat, er was een bijeenkomst ..”
(NOS):
“U zegt dat wel zo gemakkelijk maar hoe kan dat, dacht u laat ik de kabinetsformatie onder druk zetten en iemand toestemming geven , er moeten toch alle alarmbellen gaan rinkelen”.
Henk Kamp:
“Ja, wat u nu zegt is natuurlijk mijn laatste bedoeling , het was zo dat wij (“maar u weet toch hoe gevoelig het ligt”) “ik weet dat absoluut en daar heb ik van de week besloten om twee Nederlandse militairen die daar op schepen waren, één op een Amerikaans en één op een Brits , die daar in het kader van uitwisselingsprogramma’s waren, die heb ik teruggetrokken, omdat ik echt geen enkele vermenging wil hebben van Nederland en die militaire actie op dit moment. En we hebben besloten om militair niet mee te doen en dan moet je ook niet een klein beetje meedoen.”
(NOS)
“Maar hoe kan het dan gebeuren dat u een telefoontje krijgt vanuit Quatar of er een militair aanwezig kan zijn bij de persconferentie van Tommie Franks dat niet alle alarmbellen gaan rinkelen dat u niet zegt: no way geen sprake van!”
Henk Kamp:
“Er kwam op een gegeven moment informatie dat er een bijeenkomst zou zijn waar Generaal Franks aanwezig was en ook andere officieren daar mocht ook deze officier van ons aan deelnemen, dat is mijn verantwoordelijkheid.”
Argos:
minister Kamp neemt de verantwoordelijkheid op zich en probeert de gang van zaken verder af te schilderen als een knulligheidje.
Henk Kamp:
“Wij hebben die bijeenkomst dus verkeerd ingeschat. Het blijkt dus een persconferentie te zijn geweest over de aanval op Irak”.
(NOS):
“Niemand heeft tegen u gezegd dit wordt een persconferentie, als we het wel geweten hadden we het nooit gedaan. “
Argos:
“dat lijkt toch weel een erg simpele verklaring, want het was niet zomaar een bijenkomst. Het was na het begin van de aanval op Irak. De eerste keer dat de hoogste Amerikaanse commandant zich presenteerde aan de hele wereld. Hij liet zich daar bij vergezellen door een aantal hoge officieren van andere landen om aan de wereld te laten zien dat de VS niet alleen staan in hun strijd maar worden gesteund door de zogeheten “Coalition of the Willing”. Die bestaat uit meer dan dertig landen die met de VS meevechten. Uit die dertig landen zijn er slechts 4 geselecteerd om generaal Franks te vergezellen tijden de persconferentie. En één van die vier is Nederland.
Fragment aankondiging Franks van de deelnemers Henk Kamp:
“Ik ben er ongelukkig mee dat de indruk wordt gewekt dat we militair meedoen met die oorlog. Dat doen we namelijk niet.Het is natuurlijk wel zo wij geven wel politiek steun aan die aanval. We zijn ook bij de voorbereidingen betrokken geweest, er zijn
transporten over Nederlands grondgebied geweest. We zijn in de marge betrokken met de Patriots, die afweer systemen staan daar in Turkije. Het punt waar het om gaat: doe je wel of niet mee met die aanval, er doen geen Nederlandse militairen mee.”
Argos:
Dus Nederland is wel betrokken bij de aanval, weliswaar bij de voorbereiding en in de marge maar wel betrokken. Oa dus door de Patriotraketten, maar die staan er voor de verdediging aldus Kamp. Dus niet voor de aanval.
Ettelijke militaire deskundigen hebben de afgelopen weken al duidelijk gemaakt dat er in dit soort operaties geen onderscheid bestaat tussen defensieve en offensieve taken. En de redenering van kamp wordt nog wel het meest gelogenstraft door de aanwezigheid van luit kol Blom op de persconferentie van Franks. Als het onderscheidt tuisen defensief en offensief wel te maken was, had hij daar inderdaad niets te zoeken. Maar de Amerikanen en andere landen maken dat onderscheid niet. Kamp: “Ik heb opdracht gegeven om aan dit soort bijeenkomsten niet meer mee te doen. Militairen van ons doen niet meer mee aan dit soort bijeenkomsten over de aanval op Irak.
(NOS):
“dat betekend dat er nog meer Nederlandse militairen aanwezig zijn daar bij centraal Command”.
Henk Kamp:
“We hebben in Quatar drie Nederlandse militairen die daar aanwezig zijn in het kader van Operation Enduring Freedom, de strijd tegen de terroristen, we hebben F-16’s vliegen boven Afghanistan, Er is informatie uitwisseling tussen dat commandocentrum in Quatar en onze F-16’s daar zit daar een officier voor. Verder hebben we ook een tankvliegtuig in de lucht om die F-16’s te kunnen bedienen en daar is ook en verbindingsofficier voor aanwezig. En een eindje verderop in een andere stad hebben we ook iemand die contact legt tussen het Central Command en onze onderzeeërs”.
(NOS):
“Snapt u dan niet dat mensen zo langzamerhand denken dat Nederland militair wel betrokken raakt. Bij die oorlog.”
Henk Kamp:
“Dat kan ik mij niet voorstellen. Wij zijn betrokken bij een heleboel acties, maar niet bij de militaire aanval in Irak”.
Argos:
Volgens voorzitter Ton Heerst van de grootste Nederlandse militaire vakbond AFNP is het onmogelijk om een scheiding te maken tussen de oorlog in Afghanistan, de operatie OEF en de oorlog tegen Irak.
In het tv programma NOVA zei Heertjes afgelopen maandag :
”Nederland is al langer betrokken bij het gewapend conflict. Enduring freedom, de andere oorlog die gaande is tegen de terroristen, daar neemt Nederland actief aan deel. Al geruime tijd zijn Nederlandse officieren actief in het hoofdkwartier van de Amerikanen, datzelfde hoofdkwartier houdt zich nu ook bezig met de oorlog in Irak en dat die Nederlanders daar acteren die zijn voor de Amerikanen gewoon collega’s. Wij ontkennen voortdurend, aan de voorkant zijn we niet betrokken aan de achterkant wel, het is een beetje kip en ei discussie, dat is om politiek hier de zaak vlot te trekken. Militairen kunnen daar onmogelijk mee werken”.
(Pauw):
“u zegt dus als voorzitter van de grootste militaire vakbond, wij zijn natuurlijk ook militair betrokken op het moment dat wij gewoon onze taken uitvoeren”.
Heerts:
“En Nederland is op een ander deel in hetzelfde hoofdkwartier daar vindt ook de aansturing plaats van de andere oorlog de oorlog tegen terroristen in Afghanistan daar nemen Nederlandse F-16 ook wel degelijk deel aan gevechtshandelingen dat gebeurt allemaal uit 1 commando daar moet je dus ook duidelijke verbindgin hebben. Iedereen die wist dat Nederland actief betrokken was bij OEF wist men dat de VS maar 1 hoofdkwartier had en dat allemaal onlosmakelijk, militair gezien, met elkaar verbonden is”.
Argos:
“Zo lijkt uit te komen wat Defensiedeskundige Rob de Wijk afgelopen november in een Argos uitzending al voorspelde. Hij waarschuwde er toen voor dat Nederland sluipenderwijs een oorlog met Irak in zou worden getrokken. (zie Argos nov 2002)
(Argos, 28 maart 2003 : Betrokkenheid van Nederlandse militairen )
23 – 3 – 2003
Fragment NOS Journaal :
Een nieuw front in het noorden van Irak. Eigenlijk hadden de Amerikanen dit noordelijk front al veel eerder willen hebben, maar Turkije wilde niet meewerken aan de toevoer van 60.000 Amerikaanse militairen. Dus moeten ze nu via de lucht komen. Duizend Amerikaanse parachutisten zijn gedropt boven het Koerdische gedeelte van Irak. Ze landen zo’n 75 kilometer ten noordoosten van de stad Arbil. De militairen hebben zich ingegraven rondom het vliegveld van Harir. Het eenvoudige vliegveld moet nu zo snel mogelijk klaar worden gemaakt voor de komst van meer manschappen en materieel. De Koerden voelen zich gesterkt door de komst van de Amerikanen en zijn Irak grondgebied binnengetrokken.
Argos :
Het NOS-Journaal van 27 maart 2003. Dat is een week na het begin van de oorlog in Irak. In het noorden van het land openen de Amerikanen een tweede front. Daarover vertelt een bron bij de Britse Special Forces ons het volgende:
Britse Special Forces-bron:
“In maart 2003, bij het begin van de oorlog tegen Sadam, hebben Nederlandse commando’s de Amerikanen in het noorden van Irak geholpen bij de opening van het tweede front. Nadat de Turkse regering geweigerd had om Turks grondgebied ter beschikking te stellen voor de Amerikaanse opmars, moest in allerijl een luchtlandingsoperatie worden voorbereid. Daartoe moest bij Harir, ten noordoosten van de stad Arbil, in Koerdisch gebied een landingsbaan op een vervallen vliegveld worden klaargemaakt. En ook moesten contacten worden gelegd met de Koerdische strijders die aan de operatie vanuit het noorden moesten deelnemen. Voor deze operatie waren veel Special Forces nodig en daarbij kregen de Amerikanen hulp van Special Forces van verschillende bondgenoten, waaronder de Britten maar ook de Nederlanders. De leiding was in handen van de 720ste Amerikaanse Special Tactics Group, die onderdeel is van de 5e Special Forces Group”.
Argos:
Een inlichtingen officier uit een ander westers land bevestigt tegenover ons dit verhaal. Met cynische ondertoon voegt hij eraan toe:
Inlichtingen officier:
“Waarom denkt u dat bij de eerste grote persconferentie door de hoogste Amerikaanse generaal Tommy Franks in Quatar een Nederlandse officier op het podium stond? Dat was echt niet alleen vanwege de verbale steun die de Nederlandse regering de regering Bush had gegeven”.
Argos :
BBC-oorlogscorrespondent John Simpson zat begin vorig jaar twee maanden lang in Noord-Irak en trok samen met de Amerikaanse troepen op bij het openen van dat tweede front. Beelden daarvan gingen de wereld rond, toen zijn konvooi per vergissing door Amerikaans vuur werd getroffen. Zelf raakte Simpson gewond, zijn tolk kwam om.
We vragen aan Simpson wat hij heeft meegekregen van de aanwezigheid van niet-Amerikaanse Special Forces bij die operatie.
BBC-oorlogsverslaggever John Simpson:
We heard for instance that there were British Special Forces around. And no doubt, there were others as well. So we did hear a little bit about it, but of course inevitably these things were ment to be secret.
Argos :
Simpson vertelt dat hij tijdens zijn verblijf in Noord-Irak van Amerikaanse Special Forces te horen kreeg dat ook Britse Special Forces bij die operatie betrokken waren. Hij is er zeker van dat er ook anderen waren.
Huub Jaspers:
Did you hear something about Dutch Special Forces? John Simpson:
Well, I mean, I heard afterwards that they were there. But I can’t say that at the time I was told anything about Dutch forces.
Argos:
Simpson bevestigt dat ook Nederlandse Special Forces bij de operatie in Noord-Irak aanwezig waren. Alleen hoorde hij dat niet tijdens zijn verblijf daar, maar achteraf.
Dit speelde in maart vorig jaar bij het begin van de oorlog in het noorden van Irak. Eind vorig jaar stuurde minister Kamp tachtig Nederlandse commando’s naar het zuiden van Irak, ter ondersteuning van de mariniers, die daar inmiddels waren gelegerd als stabilisatiemacht. Het merendeel van die commando’s werd een maand later weer teruggehaald naar Nederland. Maar 10 tot 15 bleven er achter in Irak. Wat doen die daar, vragen we aan defensiedeskundige Rob de Wijk.
Rob de Wijk:
“Ik weet het niet. Maar ik zou me kunnen voorstellen dat ze voor bepaalde beveiligingstaken worden ingezet of voor het vergaren van inlichtingen. Mensen kunnen buitengewoon nuttig werk doen en ik zou me bijvoorbeeld kunnen voorstellen dat je dat soort mensen bijvoorbeeld inzet voor de beveiliging van de ambassade”.
Argos:
Ik heb hier een uitgave van het Amerikaanse Time Magazine. Er staat een foto in over de strijd in Fallujah, die hevig opgelaaid is. En daarop zien we een jeep staan. Kunt u zien wat dat voor een jeep is?
Rob de Wijk
Ja, dat is een Mercedes. Dus het is geen jeep, maar een Mercedes. Argos:
Het is inderdaad een Mercedes. Er staan verder allemaal Amerikaanse mariniers op die foto. Rijden die Amerikanen rond in zo'n Mercedes?
Rob de Wijk:
Nee, ik zou bijna zeggen dat mochten ze willen. Maar dat doen ze niet. Argos:
Wie rijdt er wel rond met dit soort Mercedezzen? Rob de Wijk:
Duitsers en Nederlanders rijden daarin rond. Maar dat zegt natuurlijk op zich niks. Je kan geen nummerbord op de foto zien. Je kunt niet direct zeggen: dus dat is een Nederlands voertuig.
Argos:
Nee. Maar kennelijk is het wel zo dat bij die operatie Amerikaanse mariniers rond rijden in voertuigen van andere landen.
Rob de Wijk:
Misschien zijn het wel militairen van andere landen die meedoen met die operatie. Dat zou ik niet echt uitsluiten. Zeker niet als het gaat om de inzet van speciale eenheden. Dan zou dat heel goed kunnen, omdat de Amerikanen voortdurend druk op allerlei landen aan het uitoefenen zijn om maar vooral mee te doen met allerhande operaties.
Argos:
Maar zijn er landen betrokken bij die gevechten om Fallujah - waar heel hevig gevochten is, waar honderden doden gevallen zijn – zijn daar landen bij betrokken waarvan militairen met Mercedezzen rondrijden?
Rob de Wijk: Niet dat ik weet. Argos :
Toch opmerkelijk. Rob de Wijk:
Ja, maar ik val niet meer van de ene in de andere verbazing als ik bekijk wat er in Irak gebeurt.
(Argos, 14 mei 2004: Special Forces in Afghanistan en Irak)
27 – 3 – 2003
Minister van Defensie Kamp licht de Tweede Kamer in over de aanwezigheid van Hr.Ms. Walrus, gespecialiseerd in het afluisteren van radio- en telefoonverkeer, deze zou in de Golf aanwezig zijn in het kader van EOF.
Volgens de toelichting bij de Defensiebegroting 2003 is de onderzeeër vanaf juni 2002 'onder operationeel bevel van de Verenigde Staten gesteld'
De Amerikaanse generaal stuurt nog meer Nederlands wapentuig aan. Zoals het fregat waar de Australische minister van Defensie op doelde, de Hr.Ms. Van Nes.
(Vrij Nederland, 5 april 2003: We doen wél mee aan de oorlog)
27 – 3 – 2003
Eerder dat jaar , januari 2003, hadden wij van een special forces officier te horen gekregen dat manschappen van het Nederlandse Korps Commandotroepen , de Nederlandse Special Forces, waren gesignaleerd in Oman. Vervolgens kregen wij in maart 2003 van een inlichtingenofficier van een West-Europees NAVO-land de volgende informatie. “Begin maart is er een inlichtingenrapport van de Deense inlichtingendienst gelekt naar NAVO partners en naar het NAVO hoofdkwartier. Het gaat om een verslag gedateerd 4 maart 2003 van een operatie van Deense Special Forces in Irak, die gericht was op het vergaren van inlichtingen. Het betreft een interne rapportage van die commando’s zelf aan hun superieuren en het is zeer ongebruikelijk dat een dergelijk intern rapport wordt gegeven aan NAVO-partners. Het is dus ook de vraag door wie en waarom dit rapport is gelekt. Feit is echter dat in dit rapport melding wordt gemaakt van Nederlandse commando’s die op dat moment in Irak samen met de Denen bezig zijn met een geheime missie. Letterlijk wordt gesproken over het “attached parts NL Forces”. Kennelijk zijn er Nederlanders samen met de Denen en onder het commando van de Denen bij deze operatie betrokken geweest. We deden in maart 2003 navraag bij inlichtingendeskundigen en militairen in Denemarken. Niemand kon of wilde toen bevestigen dat Deense Special Forces actief waren in Irak. Maar van een hoge officier uit een NAVO land met uitstekende connecties in de inlichtingenwereld kregen we het volgende te horen. “Ik weet dat er de afgelopen maanden naast de Amerikanen en de Britten verschillende landen in het geheim en op kleine schaal Special Forces in Irak hebben gehad waaronder de Denen. Ik heb ook berichten gehoord over Nederlandse Special Forces in Irak maar kan niet zeggen of die juist zijn. Waar het bij deze operaties omgaat is intelligence.”
We deden verslag van onze bevindingen in de uitzending van 28 maart 2003. Minister Kamp reageerde ontkennend. In antwoord op Kamervragen van de SP zei minister Kamp op 2 april 2003: “Er hebben geen Nederlandse militaire eenheden deelgenomen aan operaties op het grondgebeid van Irak”. Geen complete Nederlandse eenheden dus. Maar met deze formulering blijft de inzet van kleine groepen niet uitgesloten. En juist Special Forces opereren in kleine groepen.
We zetten onze speurtocht voort en kwamen in contact met enkele figuren uit de internationale wereld van inlichtingendiensten en special forces. Onafhankelijk van elkaar gaven ze ons informatie over Nederlandse Special Forces in Irak. Om veiligheidsredenen moeten ze anoniem blijven.
(Argos, 16 maart 2007: Betrokkenheid Nederlandse militairen in Irak, deel 1)
3 – 4 – 2003
Het ministerie van Algemene Zaken in een vertrouwelijke notitie.opgesteld door de Rijksvoorlichtingsdienst. De RVD beschreef voor alle bewindslieden de `woordvoeringslijn' over het regeringsstandpunt. Met name de juridische dimensie komt aan bod. Nederland steunde immers een oorlog waarvoor geen nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad was aangenomen, waar drie permanente leden van die Veiligheidsraad tegen waren en waar secretaris-generaal Kofi Annan zich scherp tegen had gekeerd: ,,Er bestaat geen substituut voor de unieke legitimiteit die de Veiligheidsraad van de VN kan verschaffen'', aldus Annan. Het kabinet was zich ervan bewust dat het met zijn standpunt het verwijt kon krijgen zich buiten de internationale rechtsorde te plaatsen. Ook een groot aantal volkenrechtdeskundigen,
zo was gebleken uit publicaties in binnen- en buitenland, had een gewapend optreden zonder expliciete resolutie van de Veiligheidsraad onrechtmatig genoemd.
De RVD-notitie raadt bewindslieden aan om journalisten te vertellen dat ook Nederland zo'n resolutie ,,wenselijk'' had gevonden. Maar ,,noodzakelijk'' was het volgens de regering niet, omdat eerdere resoluties over Irak ,,voldoende basis'' voor een oorlog boden.
(NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica)
3 – 2003
In het kader van Active Endeavour, de Navo-bijdrage aan de strijd tegen het internationale terrorisme, levert Nederland nog twee oorlogsschepen.
(Vrij Nederland, 5 april 2003: We doen wél mee aan de oorlog)
Zomer 2003
anonieme bronnen binnen het ministerie van Defensie en de MIVD en inzage in een aantal geheime documenten, afkomstig van het departement en de dienst zelf. Ze zijn opgemaakt in de zomer van 2003, toen steeds meer vragen ontstonden over de aanwezigheid van massavernietigingswapens, zoals die vóór de oorlog door met name de Amerikanen en Britten naar buiten is gebracht. Naar aanleiding daarvan analyseerde de MIVD zijn bronnen, de beoordelingen die daarbij gegeven zijn, hoe deze informatie is doorgegeven aan het ministerie en hoe de ministers op hun beurt de Kamer hebben ingelicht.
Verschillende bronnen benadrukken dat er, in de aanloop naar de oorlog, maar weinig informatie is binnengekomen die nieuw was voor de MIVD. De presentatie van Powell in de Veiligheidsraad bijvoorbeeld, gaf ,,geen enkele reden om af te wijken'' van wat in vaktermen het `normbeleid Irak' heet. Daarbij moet, zo benadrukt een betrokken bron, de werkwijze van een inlichtingendienst niet uit het oog worden verloren: de vergaarde informatie is belangrijk, maar waar het uiteindelijk om gaat is wat voor conclúsies de Dienst trekt uit die informatie. En vervolgens wat de politiek daar weer mee doet. In een analyse die deel uitmaakt van een vertrouwelijke Defensie-nota van 23 juli 2003 zegt de MIVD daarover: ,,Dezelfde informatie van onze Amerikaanse zusterdienst kan binnen de Amerikaanse en Nederlandse politiek tot verschillende conclusies leiden. Andere belangen spelen hierbij een rol.''
In de analyse wijst de MIVD erop dat hij als inlichtingendienst lang niet altijd achter de bevindingen van de Amerikanen en Britten is aangelopen: ,,Naar de mening van de MIVD is de informatie die is verkregen van de Amerikaanse en Britse zusterdiensten over het algemeen correct geweest. Wel bestonden er verschillen van mening over de conclusies die aan de gegevens verbonden konden worden. (...) De MIVD is, ondanks het feit dat er beperkt andere bronnen voorhanden waren, regelmatig tot andere conclusies gekomen dan de Amerikaanse en Britse politieke leiders presenteerden.''
(NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica)
23 – 7 – 2003
In een analyse die deel uitmaakt van een vertrouwelijke Defensie-nota van 23 juli 2003 zegt de MIVD daarover: ,,Dezelfde informatie van onze Amerikaanse zusterdienst kan binnen de Amerikaanse en Nederlandse politiek tot verschillende conclusies leiden. Andere belangen spelen hierbij een rol.''
In de analyse wijst de MIVD erop dat hij als inlichtingendienst lang niet altijd achter de bevindingen van de Amerikanen en Britten is aangelopen: ,,Naar de mening van de MIVD is de informatie die is verkregen van de Amerikaanse en Britse zusterdiensten over het algemeen correct geweest. Wel bestonden er verschillen van mening over de conclusies die aan de gegevens verbonden konden worden. (...) De MIVD is, ondanks het feit dat er beperkt andere bronnen voorhanden waren, regelmatig tot andere conclusies gekomen dan de Amerikaanse en Britse politieke leiders presenteerden.''
(NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica)
1 – 8 - 2003
Een vertrouwelijke notitie van de Directie Algemene Beleidszaken (DAB) van het ministerie van Defensie aan minister Kamp. Voor de notitie leverde de MIVD informatie over bronnen, werkwijze en kennisniveau van de dienst. Onder het kopje `informatievoorziening Tweede Kamer' gaat het stuk in op mededelingen die aan het parlement zijn gedaan en op de vraag of die overeenkomen met de zienswijze van de MIVD. Ook wordt een aantal voorbeelden genoemd. Zo wordt verwezen naar een brief van 4 september 2002, waarin De Hoop Scheffer schrijft: ,,Er bestaat naar mijn mening geen twijfel dat Irak na het vertrek van de VN wapeninspecteurs (UNSCOM) (..) is doorgegaan met ontwikkeling van met name biologische en chemische wapens. De dreiging die daarvan uitgaat, is reëel en wordt, naarmate de tijd verstrijkt, steeds ernstiger.''
De MIVD plaatst daar een kanttekening bij. De Defensie-notitie constateert dat er bij de zinsnede van de minister ,,een kritische noot op zijn plaats is.(..) De MIVD heeft steeds gesteld dat Irak over de mogelijkheid beschikte om de productie op korte termijn te hervatten en dat moest worden aangenomen dat Irak sinds het vertrek van de wapeninspecteurs een grotere vrijheid van handelen heeft gekregen, maar er is niet in concrete bewoordingen gesteld dat Irak de productie van chemische en biologische middelen na het vertrek van UNSCOM in 1998 zou hebben hervat.''
In de brief van 18 maart 2003 op basis waarvan de Tweede Kamer vlak vóór de oorlog debatteerde over het verlenen van politieke steun wordt gesteld dat ,,het bezit van massavernietigingswapens (MVW) door Irak een ernstige zaak is''. Verderop staat: ,,Alles wijst erop dat Irak nog steeds de intentie heeft zijn MVW-capaciteit te behouden, en bovendien die op een geschikt moment verder uit te bouwen.'' Ook
hier past blijkbaar een nuance. De uitspraak komt overeen met de mening van de MIVD, zo stelt de notitie, ,,als er onder capaciteit ook het begrip kennis en kunde wordt verstaan''.
In de notitie wordt ook verwezen naar het in september 2002 gepresenteerde Britse rapport waarin onder andere werd betoogd dat Irak binnen 45 minuten chemische wapens zou kunnen activeren. De presentatie was bedoeld om de actuele Irakese dreiging aan te tonen. Maar volgens de MIVD zat er geen nieuws in de als `onthullingen' gepresenteerde feiten: ,,Dat bevatte geen nieuwe concrete, onweerlegbare bewijzen ten aanzien van het Irakese NRBC (nucleair, radioactief, biologisch, chemisch, red.) programma''. Over de `45 minutenclaim' wordt opgemerkt: ,,Het `nieuwe' feit dat sommige chemische en biologische wapens binnen 45 minuten inzetbaar zouden zijn (is) slechts een verwijzing naar bestaande Irakese slagveldwapens zoals chemische artilleriegranaten met beperkt bereik en gelimiteerde militaire toepasbaarheid.''
De nuancerende bewoordingen worden niet op deze manier aan de Kamer doorgegeven. Minister De Hoop Scheffer zegt op 30 september 2002 (en later op 10 juni 2003): ,,De analyse in dit rapport van het streven van het Irakese regime om in strijd met de VN-resoluties de capaciteit te verwerven m.b.t. massavernietigingswapens, alsmede de dreiging die daarvan uitgaat in het licht van de aard van het bewind in Bagdad, stemt overeen met het beeld dat de Nederlandse regering daarvan heeft.''
Hoe secuur was het kabinet met de informatieverstrekking aan de Kamer? De Defensie-notitie concludeert: ,,Over het geheel genomen komen de mededelingen overeen met of worden gedekt door de conclusies van de MIVD, een enkele keer zijn uitspraken gedaan die zorgvuldiger geformuleerd hadden kunnen worden.''
(NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica)
22 – 8 - 2003
Brief aan Tweede Kamer: ,,Niet het bewijs van de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak, maar de wederom gebleken onwil van het regime van Sadam Hussein om de laatste kans aan te grijpen die met Veiligheidsraadresolutie 1441 werd geboden om door actieve medewerking aan de wapeninspecties opheldering te verschaffen aan de wereldgemeenschap met betrekking tot gegronde vragen over de Irakese massavernietigingswapens, heeft voor de Nederlandse regering de doorslag gegeven.''
(NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica)
4 – 9 – 2003
Op 4 november 2003 komt de kwestie van Special Forces aan de orde tijdens het Vragenuurtje in de Tweede Kamer. De minister blijft erbij dat geheimhouding van de inzet van commando’s in bepaalde gevallen mogelijk moet zijn, en verwijst naar
eerder gemaakte afspraken hierover met de Tweede Kamer. Afspraken die door een van zijn voorgangers in een brief zijn vastgelegd.
Fragment minister Kamp van Defensie
Alleen in geval van dwingende redenen mag je dat achteraf doen. En die dwingende redenen zijn omschreven in die brief aan de Kamer. Dat is de ruimte die ik heb en ik heb geen enkele behoefte om daarbuiten te gaan.
Argos
Groen Links–Kamerlid Farah Karimi vraagt minister Kamp vervolgens zich nader te preciseren over de mogelijke inzet van Nederlandse commando’s.
Fragment Tweede Kamerlid Farah Karimi
Waarop is gebaseerd de verwachting van de minister dat het Korps Commandotroepen nog deze kabinetsperiode wordt ingezet voor de gevechtstaken? Aan welke situaties denkt hij?
Fragment minister Kamp van Defensie
Ik denk niet dat Nederland ergens aan mee moet doen op dit moment. Ik heb niets concreets op dit moment in gedachten. Het is ook niet zo dat wij naar mogelijkheden zitten te zoeken. Als het nodig is ten behoeve van vrede en veiligheid in de wereld dat we onze troepen inzetten, ook als het Special Forces zijn, commandotroepen, dan zijn we daar in principe toe bereid. Als u nu vraagt noem eens iets concreets, concreet is bijvoorbeeld dat iedereen weet dat in de operatie ‘Enduring Freedom’ in Afghanistan onder andere Special Forces van diverse landen actief zijn, ook van West-Europese landen. Het was denkbaar geweest dat Nederland daar ook aan mee had gedaan. Het was denkbaar geweest.
Argos
Het was denkbaar geweest dat Nederlandse Special Forces mee hadden gedaan aan de operatie ‘Enduring Freedom’ in Afghanistan, aldus minister Kamp. GroenLinks-Kamerlid Marijke Vos haakte daar onmiddellijk op in.
Fragment Tweede Kamerlid Marijke Vos
Voorzitter, de minister zei dat een mogelijkheid was geweest dat commandotroepen in Afghanistan ingezet zouden zijn. Mijn vraag aan de minister is: Hebben de Amerikanen eerder daar een verzoek toe gedaan aan Nederland? En ziet de minister een mogelijkheid dat inderdaad dat verzoek nu gaat komen en dat er binnenkort of over enige tijd Nederlandse commando’s ingezet zullen worden in de operatie ‘Enduring Freedom’?
Fragment minister Kamp van Defensie
Op dit moment, voorzitter, is er bij mij geen concreet voornemen om dat te doen. Ik zal uw eerste vraag zo goed mogelijk beantwoorden, want er is altijd een onderscheid tussen dingen die gesondeerd worden en dingen die formeel gevraagd worden.Volgens mij zijn wij daar formeel nooit om gevraagd, maar we zijn in ieder geval gesondeerd. En of we er formeel om gevraagd zijn… mocht het anders zijn dan zal ik u dat nog schriftelijk laten weten.
Argos
In de Kamer zegt de minister dus op 4 november 2003 dat de Amerikanen nooit echt een formeel verzoek hebben ingediend bij de regering om Nederlandse commando’s in te zetten bij de gevechtshandelingen in Afghanistan. Maar twee weken later komt Kamp op de zaak terug, vertelt Kamerlid Marijke Vos.
Marijke Vos
Toen kregen wij een brief, een correctie, van de minister waarin hij inderdaad zei: Er is toch wel een formeel verzoek gekomen van de Amerikanen. Een formeel verzoek voor deelname van Nederlandse commando’s aan de Amerikaanse
operaties in Afghanistan. Maar zei die: Dit verzoek heeft echter “niet geleid tot een voorstel aan de Ministerraad”.
Argos
Hoe hebt u die brief, vooral ook deze laatste zin, destijds begrepen? Marijke Vos
We vonden het op zich opmerkelijk, dat de minister later schriftelijk moet erkennen dat er wel degelijk een formeel verzoek was. Dat had hij natuurlijk gewoon moeten weten, toen hij in de Kamer was. Maar goed, hij heeft dat netjes achteraf gecorrigeerd. Alleen: wij hebben deze laatste zin wel zo begrepen dat het verzoek van de Amerikanen gewoon is afgewezen, omdat er uiteindelijk geen plan, geen voorstel in de Ministerraad is besproken. Dus dat is mijn interpretatie van deze brief geweest.
Argos
Nu is die formulering van die laatste zin wel opvallend. Er staat niet: wij hebben dit verzoek afgewezen. Of: we hebben besloten dat we er niet aan mee kunnen doen. Er staat: Het heeft “niet geleid tot een voorstel aan de Ministerraad”.
Marijke Vos
Inderdaad. Er staat zelfs: het heeft “destijds echter niet geleid tot een voorstel aan de Ministerraad”. Dat woordje “destijds” is in dit verband ook al weer opmerkelijk. Deze zin is toch wel een omslachtige formulering als je gewoon had willen zeggen: we hebben dit verzoek afgewezen.
Argos
Want: er is vier jaar geleden, in augustus 2000, een speciale procedure afgesproken voor geheime, speciale operaties van commando’s, waarbij niet per se de hele Ministerraad moet besluiten over de inzet van commando’s.
Marijke Vos
Inderdaad. Die afspraak is gemaakt. Dus je zou kunnen zeggen, als je nog eens heel goed naar die zin kijkt, dat het mogelijk is dat Nederland wel degelijk Ja heeft gezegd tegen de Amerikanen, maar dat het alleen niet in de hele Ministerraad is besproken, maar gewoon in een kerngroep van ministers. Dat zou mogelijk kunnen zijn.
Argos
Want: in die procedure is afgesproken: in het kabinet wordt een kerngroep gevormd, bestaande uit, de minister-president, de twee vice-minister-presidenten, de minister van Defensie en de minister van Buitenlandse Zaken, dus vijf ministers. En die kunnen in zo’n geval, als zij vinden dat dit een geheime operatie is, met z’n vijven zoiets beslissen, zonder op dat moment het parlement te informeren en ook zonder de rest van het kabinet te informeren.
Marijke Vos
Dat klopt. Dat is de afgesproken procedure. Als je goed naar die procedure kijkt en dan nog eens deze zin daarnaast legt, dan zou het mogelijk kunnen zijn dat minister Kamp heeft bedoeld dat er wel degelijk een voorstel is besproken in die Kerngroep van ministers, die deelgroep van de Ministerraad. En het zou zelfs kunnen betekenen dat er wel Ja is gezegd op het verzoek van de Amerikanen. Alleen wij hebben dat indertijd anders geïnterpreteerd. Wij hebben gedacht: ze hebben gewoon Nee gezegd tegen de Amerikanen.
Argos
Ook volgens defensiedeskundige Rob de Wijk is dat een mogelijkheid. Rob de Wijk
Dat is juist. Dat is de crux van de hele zaak. Het gaat om geheime operaties en het kabinet kan daarover zelfstandig beslissen, de kerngroep van het kabinet kan daar zelfstandig over beslissen, juist met als doel om het geheim te houden.
Argos
De Wijk wijst ook op een ander opmerkelijk punt in de gang van zaken in november 2003:
Rob de Wijk
Dat is heel interessant, wat daar gebeurd is. Op de vraag van Marijke Vos van GroenLinks zei minister Kamp dat er inderdaad door de Amerikanen gesondeerd is. Gesondeerd betekent dat de Amerikanen informeel polsen bij het Ministerie van Defensie - dat kan bij de minister zijn, dat kan bij de Chef Defensiestaf zijn of bij een andere hoge ambtenaar - of Nederland bereid is om speciale eenheden te sturen. Als je dan als Nederland zegt dat verzoek willen wij wel in overweging nemen dan komt er een formeel verzoek. En een formeel verzoek daar kun je
al bijna niet meer Nee op zeggen. Nou wat is er nou gebeurd? De minister die heeft in een schriftelijke rectificatie gezegd dat er inderdaad gesondeerd is, maar dat er ook een echt verzoek is gekomen. En dat verzoek is er geweest in het voorjaar van 2002. Nou als inderdaad klopt wat de praktijk is, dan zou er welwillend op dat verzoek moeten zijn ingegaan.
Argos
Want het lijkt ook niet waarschijnlijk dat ze gesondeerd hebben en Nederland heeft gezegd: het zit er niet in en dat ze dan alsnog een formeel verzoek doen.
Rob de Wijk
Nee, zo werkt dat niet.
(Argos, 14 mei 2004: Special Forces in Afghanistan en Irak)
28 – 1 – 2004
Iraqi Survey Group: We weten na alles wat we hebben gedaan, genoeg om te twijfelen aan de aanwezigheid van grote hoeveelheden voor militaire doeleinden bestemde chemische en biologische wapens
Polen en Spanje komen terug van hun bijdrage aan de “Coalition of the Willing”
Fragment professor Rob de Wijk, Instituut Clingendael:
Op alle bondgenoten wordt op dit moment druk uitgeoefend om Special Forces te leveren. Wat dat betreft zijn die berekeningen natuurlijk toch echt een openbaring, want het betekent dat dit een verklaring is waarom de Amerikanen dat doen. De verliezen zijn gewoon veel te groot.
Fragment luitenant-kolonel Richard Oppelaar, commandant van het Nederlandse mariniers-bataljon in Irak
De commando’s zijn er geweest voor een aanvullende verkenningscapaciteit. We zijn daar bezig geweest met vliegtuigen, met onbemande vliegtuigen, met helikopters, met radarsystemen, eigen verkenningseenheden. En de commando’s waren daar een aanvulling op.
Rob de Wijk
Ook in de oorlog in Irak spelen Special Forces een belangrijke rol, aldus De Wijk. Rob de Wijk :
Daar is het niet zozeer gegaan om het steun verlenen aan oppositionele strijdkrachten. Daar hebben Special Forces voornamelijk inlichtingen ingewonnen. Kijken waar de tegenstander zit, gecombineerd met allerlei andere inlichtingen die je kunt inwinnen, bijvoorbeeld door middel van onbemande vliegtuigen en satellieten. Als het nodig is worden speciale eenheden vervolgens ook ingezet om die tegenstander uit te schakelen.
(Argos 28 maart 2004: Betrokkenheid van Nederlandse militairen)
19 – 2 – 2007
Zo vertelde Minister Bot (Buitenlandse Zaken) op 19 februari dat het ging om ,,het dreigingsbeeld zoals dat toen ervaren is'', een dreiging die ,,in gemoede zo overtuigend was dat de regering die stap (steun geven aan de oorlog, red.) redelijkerwijze kon zetten''. Hij zei er ook bij dat het ,,geen zin'' had om ,,weer eens in dat potje te gaan roeren''.
(NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica)- update 2007
Het beeld over het gevaar en de acute dreiging van de Irakese massavernietigingswapens was destijds door de VS en Groot-Brittannië stevig aangezet. Premier Blair had in september 2002 een rapport gepresenteerd waaruit moest blijken dat Irak chemische en biologische wapens in 45 minuten kon activeren. De Amerikaanse president Bush zei een maand later dat het gevaar van Sadam ,,nu al duidelijk aanwezig is en alleen maar groter wordt''. Minister Powell van Buitenlandse Zaken hield op 5 februari 2003 een powerpoint-presentatie in de Veiligheidsraad over de Irakese massavernietigingswapens. Hij zei: ,,Wat we u geven zijn feiten en conclusies, gebaseerd op gedegen inlichtingenwerk.''
De Nederlandse regering was onder de indruk. ,,Dit is bewijsmateriaal'', zei premier Balkenende, ,,dat valt niet te ontkennen.'' Ook minister De Hoop Scheffer noemde de gegevens ,,overtuigend''. Hij schreef de Kamer: ,,Veel van wat door Powell naar buiten wordt gebracht is reeds langer in inlichtingenkringen bekend en is in lijn met hetgeen uit Nederlandse inlichtingenbronnen is gebleken.''
(NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica) – update 2007
bestanden:
links:
Onderzoeksjournalistiek over Irak
Argos, 29 november 2002:Voorbereidingen oorlog in Irak
Argos, 28 maart 2003:Betrokkenheid van Nederlandse militairen
ZEMBLA, 3 april 2003: Nederland als bondgenoot
Vrij Nederland, 5 april 2003:We doen wél mee aan de oorlog, door Michiel Hulshof en Elma Verhey
Argos, 14 mei 2004:Special Forces in Afghanistan en Irak
ZEMBLA, 5 augustus 2004: De waarheid van de wapeninspecteurs
NRC Handelsblad, 12 juni 2004: Hollandse oorlogslogica, door Joost Oranje
Reporter, 25 maart 2007: Nederland en de oorlog in Irak
Argos, 16 maart 2007: Betrokkenheid Nederlandse militairen in Irak, deel 1
Reporter, 25 maart 2007: Chronologie nav ‘Nederland en de oorlog in Irak’
Argos, 30 maart 2007: Betrokkenheid Nederlandse militairen bij Irak, deel 2
Tegenlicht, 17 maart 2008: De verkoop van een oorlog
Argos, 20 december 2008: Openheid over Irak deel 2
NRC Handelsblad, 26 januari 2009: Memorandum DJZ/IR/2003/158
RTL Nieuws, 27 januari 2009: Toch deelname inval Irak overwogen




