02 november 2009
Na de moord op Theo van Gogh volgde in november 2004 een eruptie van racistisch en extremistisch geweld. Onjo zette alle incidenten met behulp van de WOB op een rij. Was de enorme toename het begin van trend?
Eruptie van racistisch en extremistisch geweld
Na de moord op Theo van Gogh volgde in november 2004 een eruptie van racistisch en extremistisch geweld. Onjo zette alle incidenten met behulp van de WOB op een rij. Was de enorme toename het begin van trend?
Op de door OnJo op basis van siteraps van de politie en open bronnen samengestelde kaart kunt u alle incidenten uit de novembermaand terugvinden.
Uit de situatierapporten van het Nationaal Coördinatiecentrum van het Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties blijkt dat er veel brandstichtingen, vernielingen en bommeldingen waren. Met een beroep op de Wet Openbaar van Bestuur kreeg OnJo deze bijna dagelijks uitgebrachte situatierapporten van het Nationaal Coördinatiecentrum (NCC) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Het NCC is het landelijke centrum bij crises, het regisseert bestuurlijke besluitvormingsprocessen en probeert de maatschappelijke gevolgen van crises zoveel mogelijk te beperken.
Na de moord op Theo van Gogh werd het NCC ingeschakeld om het bestuur bij te staan. De incidenten na de moord op Theo van Gogh waren zo ernstig dat het NCC besloot om “met ingang van 10 november dagelijks om 15.00 uur een sitrap uit te brengen over eventuele bijzonderheden op het terrein van de openbare orde”. De situatie werd dermate ernstig ingeschat dat “de minister van BZK nadrukkelijk aandacht vroeg voor de noodzaak tot bestuurlijke en multidisciplinaire operationele afstemming tussen de betrokken autoriteiten en diensten”.
Van de eerste dagen na de moord op Theo van Gogh ontbreken de situatierapporten, het NCC werd blijkbaar pas op 6 november inschakelt, maar uit diverse media blijkt dat er alleen al op 6 november drie brandstichtingen bij moskeeën zijn en 1 poging tot brandstichting.
De dagen ervoor werden er poederbrieven bezorgd bij allochtone winkeliers in de Amsterdamse van Woustraat, werd er ingebroken in de werkkamer van een stadsdeelraadslid in Amsterdam Oost en was er een bommelding bij de Amerikaanse ambassade.
Twee ernstige incidenten vinden plaats op 7 en 9 november in Brabant. In Eindhoven werd een aanslag gepleegd op de Rarieq Ibnoe Ziyad gepleegd en in Uden brandde de islamitische basisschool Bedir af.
Vanaf 10 november produceert het NCC dagelijks een sitrap. In de eerste sitrap van 10 november 2004 wordt melding gemaakt van brandstichting bij een moskee in Heerenveen en bij kerken in Utrecht en Amersfoort. Ook het incident in de Haagse Anteunisstraat, waar leden van arrestatieteam gewond raken bij de mislukte arrestatie van Jason W. en Ismael A. staat vermeld in de sitrap. In Eindhoven worden die dag naar aanleiding van de aanslag op de Islamitische basisschool van 7 november een aantal islamitische panden permanent bewaakt.
De sitrap van 11 november meldt een aantal bommeldingen, bekladdingen en een mishandeling. In Eindhoven blijft de situatie gespannen nadat dit keer een lokaal van een katholieke basisschool afbrand. In Venray werd een brandstichting van een moskee door de politie voorkomen. Twee verdachten werden na een tip aangehouden.De bewaking wordt in het hele land versterkt en dat leidt al direct tot een afname van het aantal incidenten. In Leeuwarden bijvoorbeeld sprak de politie een groep Marokkaanse jongeren aan, nadat ze signalen ontvangen had dat deze groep brand wilde stichten bij een kerk.
De sitraps van 12, 13 en 14 november melden nog wel veel incidenten: een nepbom in Almere, diverse bekladdingen met onder andere de tekst “White Power” en veel meldingen van racistische uitingen in de richting van de islam. Ook zijn er diverse vechtpartijen tussen autochtone en allochtone jongeren.
Op deze kaart vindt u een overzicht van alle incidenten die in de sitraps van het NCC hebben gestaan, aangevuld met meldingen in de media. Maar compleet is het beeld zeker niet.
De Anne Frank Stichting berichtte in december 2004 in een annex op de zesde Monitor racisme en Extreemrechts ook over de incidenten na de moord op Theo van Gogh. De onderzoeker telden 174 incidenten, meer dan er uit de media en de NCC sitraps te halen zijn. De onderzoekers kwamen tot de volgende onderverdeling:
Tabel 1. Racistisch en extreem-rechts geweld
| Categorie | in % van het totaal (afgerond) | in absolute aantallen |
| Doelbekladding | 16% | 28 |
| Bedreiging | 24% | 41 |
| Bommelding | 6% | 11 |
| Confrontatie | 10% | 18 |
| Vernieling | 13% | 23 |
| Brandstichting | 21% | 36 |
| Mishandeling | 7% | 12 |
| Bomaanslag | 2% | 4 |
| Doodslag | -< | - |
| Moord | 0.6% | 1 |
| Totaal | 100% | 174 |
Volgens de onderzoekers van de Anne Frank Stichting was er in 106 gevallen (61% van het totaal) sprake van anti-moslim geweld. Moskeeën waren in het totaal 47 keer doelwit. In 34 gevallen (19% van het totaal) was er sprake van geweld tegen autochtonen of autochtone objecten. Kerken waren in het totaal 13 keer doelwit.
Voor Nederlandse begrippen vinden er in die maand ongekend heftige incidenten plaats. Jaap van Donselaar en Peter Rodrigues stellen dat ‘zowel de moord als de ervaren terreurdreiging impulsen bleken te zijn voor racistische anti-moslim uitingen, alsmede voor uitingen die daar weer een reactie op waren’.
Onderrapportage
Compleet is het beeld overigens niet. Professor Frank Bovenkerk schreef in de zevende Monitor Racisme en Extremisme (2007) van de Anna Frank Stichting dat ‘het werkelijke aantal incidenten en met name de kleine, vermoedelijk veel hoger zal liggen. De slachtoffers hebben allerlei redenen om geen aangifte te doen: het helpt niet, het is lastig, tijdrovend, schaamtevol en men is er te trots voor of bang niet serieus te worden genomen’.
Opmerkelijk noemde Bovenkerk het grote aantal bedreigingen dat bij het KLPD van de Nederlandse politie binnenkwam na de aanvallen in New York op 11/9. Dat waren er niet minder dan 485 en toen ging het meestal om (anonieme) poederbrieven, bomwaarschuwingen, aankondigingen van brandstichting aan het adres van moskeeën en islamitische scholen.
Racistisch en extremistisch geweld in 2005
November 2004 was net september 2001 (aansluitend op de aanslagen van 9/11) een extreme piek als gaat om dit soort incidenten. Over heel 2005 neemt het aantal incidenten ten opzichte van 2003 (over heel 2004 zijn geen cijfers) maar licht toe.
In de zevende Monitor Extremisme en Racisme over 2005 staat dat vermeld dat er 296 incidenten waren op het gebied van racistisch en extremistisch geweld. Doelbekladding (54), bedreiging (73), bommelding (2), confrontatie (37), vernieling (42), brandstichting (13), mishandeling (70) en illegaal wapenbezit (5).
Als het aantal incidenten wordt ook opgesplitst naar etnisch slachtofferschap. Dan blijkt dat 41 van de incidenten anti-semitisch waren (was in 2003 39), 6 incidenten waren anti-vluchteling (was 15), 11 incidenten waren anti-blank (voor het eerst gemeten) en 70 incidenten waren anti-moslim (was 59)
Uit wat voorbeelden uit dat jaar blijkt dat de incidenten alle wel zeer ernstig zijn. In Den Bosch sloot een school zich aan bij het project ‘School zonder racisme’. De nacht voordat dit officieel zou gebeuren, werd de school beklad met extreemrechtse leuzen. In Boekel werd een aantal keren extreemrechtse propaganda geplakt op de voordeur van het huis van een vluchtelingengezin. De propaganda was afkomstig van een extreemrechtse groep uit de buurt, die zich het Verenigd Nederlands Arisch Broederschap noemde.
Bedreigingen komen relatief vaal voor, terwijl er in veel gevallen geen aangifte wordt gedaan bij de politie. In Beek werden bijvoorbeeld vier allochtone gezinnen uit één buurt in anonieme brieven met de dood en brandstichting van hun huizen bedreigd. De redactie van een televisieprogramma ontving een e-mail, waarin gedreigd werd met een terreuraanslag tijdens Sail. Het bleek om een nepmelding te gaan die door de (autochtone) dader opzettelijk in gebrekkig Nederlands was gesteld om de verdenking op een islamitische organisatie te laden. Een allochtone man in Rotterdam wilde kennismaken met zijn nieuwe buurman. Deze zei dat hij buitenlanders haat en dat indien de man niet zou oprotten, hij hem zou vermoorden.
Bommeldingen waren er in 2005 twee keer: in Ede ontving een cultureel centrum een valse bommelding tijdens een Marokkaanse activiteit en een Rotterdamse man verstuurde e-mails aan een landelijk dagblad en aan een islamitische organisatie, waarin hij valselijk dreigde met een bomaanslag tijdens het race-evenement 'Monaco aan de Maas'. In de e-mails schreef hij ‘Wij moslims houden van bloed'.
Volgens de onderzoekers is er sinds 2000 sprake van een gestage groei in geregistreerde confrontaties. In 2002 registreerden ze tien gevallen, in 2003 achtentwintig en in 2005 zevenendertig.
In Geldrop brak bijvoorbeeld een vechtpartij uit, waar zeventig jongeren bij betrokken waren. Het betrof hier Lonsdalejongeren en allochtone jongeren. De aanleiding was een eerdere vechtpartij in een jongerencentrum. Een autochtone Rotterdamse scholier werd op school door Lonsdalejongeren mishandeld vanwege zijn omgang met allochtone leerlingen. De vader van de jongen kwam vervolgens met een aantal bekenden naar school. Hij zocht leerlingen met Lonsdalekleding op, vernielde hun kleren en pakte ze stevig vast. Bij een school in Heerlen werden Lonsdalejongeren opgewacht door een groep van dertig leeftijdgenoten. Ze konden ontsnappen.
Racistische of extremistische vernielingen namen dat jaar ook iets toe. Bij een Zwolse moskee werden bijvoorbeeld vijf keer de ruiten ingegooid met stenen en flessen. Op het Stormfront-forum claimde iemand één van de daders te zijn geweest. In Delft gooiden buurtbewoners een aantal keren de ruiten van een woning in waar een Surinaams gezin zou komen wonen. Op de gevel werd bovendien geschreven ‘Hier willen wij geen zwarten’.
Ook het aantal brandstichtingen nam licht toe. In Uden werd de tijdelijke vestiging van een islamitische basisschool in brand gestoken. De schade was gering omdat de brand snel doofde. De basisschool gebruikte deze tijdelijke ruimte, nadat in november 2004 (vlak na de moord op Theo van Gogh) hun oorspronkelijke gebouw tot de grond toe afbrandde na een aanslag. Ook werden mensen thuis getroffen: een Irakees gezin in Roelofarendsveen werd al geruime tijd getreiterd door jongeren met racistische motieven. Een van de pestkoppen stak uiteindelijk de voordeur van het huis in brand, terwijl het gezin lag te slapen.
De onderzoekers van de Anne Frank Stichting concludeerden dat ze na een sterke toename van racistisch en extreemrechts geweld eind jaren negentig en in 2000, sinds 2001 een opmerkelijke afname zagen. Die daling zette door in 2002 en 2003. Over heel 2004 zijn geen gegevens beschikbaar, maar in de novembermaand, na de moord op Theo van Gogh steeg het aantal incidenten explosief. In vergelijking met 2003 is er in 2005 een toename van het aantal geweldplegingen (van 260 naar 296 geïnventariseerde gevallen). Deze stijging is vooral het gevolg van toegenomen aantallen mishandelingen en confrontaties.
2006: lichte afname incidenten, maar meer confrontaties.
Uit de monitor Extremisme en Racisme over 2006 blijkt echter dat de trend dan niet meer zo eenduidig is. Het aantal incidenten neemt weer af naar 265, maar binnen de soorten is soms een afname, soms een toename. Doelbekladding: 59 (in 2005: 54), bedreiging 56 (was 73), bommelding 0 (was 2), confrontatie 41 (was 37), vernieling 31 (was 42), brandstichting 11 (was 13), mishandeling 60 (was 70) en illegaal wapenbezit 6 (was 5). In 2006 was er wel weer een poging tot doodslag.
Het aantal incidenten in 2006 wordt wordt ook opgesplitst naar etnische richting. 35 van de incidenten waren anti-semitisch (was in 2005 41), 3 incidenten waren anti-vluchteling (was 6), 6 incidenten waren anti-blank (was 11) en 62 incidenten waren anti-moslim (was 70)
De voorbeelden laten zien dat het karakter van de incidenten weinig verandert. Zo werd in Sliedrecht de synagoge tweemaal beklad met nazistische symbolen, waaronder een hakenkruis. Later probeert dezelfde dader de synagoge in brand te steken. De dader bekent later tegenover de politie uit rechtsextremistische motieven te hebben gehandeld.
In Den Haag wordt een 11-jarig Surinaams jongetje door een groep Turkse jongeren bedreigd. Hij moet 'Turken zijn heersers' roepen en wordt bedreigd met verdrinking. In de regio Zuidoost Brabant worden diverse dreigbrieven verstuurd door de ‘Bende tegen buitenlanders’.
De confrontatie nemen in 2006 dus weer wel toe, van 37 naar 41. De voorbeelden zij wel vergelijkbaar met die van het jaar daarvoor. Op een vrijdagavond voorkomt de politie in Mijdrecht een massale vechtpartij tussen twee groepen jongeren. Een ruzie tussen allochtone jongeren uit Uithoorn en extreemrechtse jongeren uit De Kwakel, die begonnen was op een schoolplein in Uithoorn, moest op de kermis worden uitgevochten. Een groep Marokkaanse jongeren belaagt een ‘Lonsdaler’ in Woerden. In Uithuizen lopen de spanningen tussen allochtone jongeren en ‘Lonsdalers’ zo op dat er enkele vechtpartijen en mishandelingen plaats vinden. Een allochtoon slachtoffer van mishandeling steekt bij een volgende confrontatie tussen de groepen iemand van de andere groep neer.
Iets minder brandstichting, maar nog steeds gericht tegen dezelfde groepen:
Een groepje rechtsextremisten overvalt begin 2007 een kraakpand in Almere, jaagt de bewoners naar buiten en steekt het gebouw in brand. Dezelfde groep wordt na arrestatie verdacht van een aantal eerdere brandstichtingen (in 2006) bij onder andere een synagoge en een islamitische school in Almere. In Sliedrecht doen drie rechtsextremisten een poging een houten synagoge in brand te steken. Ze worden betrapt door een buurtbewoner en vervolgens door de politie gearresteerd. Bij een moskee in Maastricht wordt een ruit ingeslagen en benzine naar binnen gegooid, waarmee geprobeerd wordt de moskee in brand te steken. Door snel ingrijpen van de brandweer wordt dit voorkomen.
De trend die na de moord op Theo van Gogh werd ingezet lijkt in 2006 al weer enigszins gestabiliseerd. Een daling van racistische en extremistische incidenten als het gaat om vernielingen, mishandelingen, brandstichtingen en bedreigingen. Wél een stijging bij confrontaties. In 2006 is er minder verband tussen Lonsdale-jongeren en de confrontatie. Volgens de onderzoekers komt dat overigens doordat een aantal Lonsdale groepen verder is doorgeradicaliseerd en in te boek staan als extreem-rechtse groepen.
Verschuiving naar anti-moslim incidenten
In 2007 is weer sprake van een lichte afname. Doelbekladding:32 (in 2005: 59), bedreiging 49 (was 56), bommelding 3 (was 0), confrontatie 36 (was 41), vernieling 33 (was 31), brandstichting 11 (was 11), mishandeling 57 (was 60) en illegaal wapenbezit 6 (was 5). Net als in 2006, weer één geval van doodslag. De trend van 2006 zet zich in 2007 dus door, 13 % minder racistische en extreemrechtse geweldsdelicten.
Als het aantal incidenten in 2007 wordt opgesplitst naar etnische richting dan blijkt er een verschuiving te zijn richting antimoslim incidenten. 21 incidenten van de incidenten waren anti-semitisch (was in 2006 35), 7 incidenten waren anti-vluchteling (was 3), 7 incidenten waren anti-blank (was 6) en maar liefst 82 incidenten waren anti-moslim (was 62) De onderzoekers concluderen dan ook dat de afname racistische en extreemrechtse geweldsdelicten slechts onderbroken door een golf van racistisch en extreemrechts geweld na de moord op Theo van Gogh.
Deze golf lijkt nu, met de verdere daling voorbij te zijn. Wél vindt er een verschuiving plaats. Wat de slachtoffers van racistisch en extreemrechts geweld betreft valt vooral de sterke stijging van het aantal incidenten met een anti-moslimkarakter op. Dat stijgt, tegen de dalende trend in met eenderde. Daar tegenover staat de opvallende daling van het aantal antisemitische geweldsincidenten.
Conclusie
Uiteindelijk blijkt de heftige eruptie van geweld na de moord op Theo van Gogh een eenmalige ook tot november 2004 beperkte golf van geweld te zijn geweest. In 2005, 2006 en 2007 daalt het racistisch en extremistisch geweld weer onder tot het niveau van de jaren voor de moord op Theo van Gogh.Wél heeft er overduidelijk een verschuiving plaatsgevonden in de slachtoffers van de incidenten. Het is al direct terug te zien bij de incidenten van november 2004. In 106 gevallen was er spraken van anti-moslim geweld, moskeeën waren 47 keer doelwit. 34 keer was er sprake van geweld tegen autochtonen of autochtone objecten. Kerken waren in het totaal 13 keer doelwit. In 2005 is de stijging van het aantal incidenten slechts te relateren aan 2003. Toen waren 59 geweldsincidenten anti-moslim, in 2005 waren het er 70. In 2006 daalt het incidenten over de hele linie, ook bij moslims. Dat jaar zijn er 62 geweldsincidenten anti-moslim. In 2007 stijgt het aan incidenten in totaliteit niet, maar is een grote verschuiving richting anti-moslim zichtbaar: van 62 in 2006 naar 82 in 2007.
Nog geen reacties bij dit bericht
Reageer op dit bericht


